Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0101

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.

Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 4 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de tweede categorie “het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden”.

In dit dossier heeft de directie zich voor het bewijs van de tuchtinbreuken in eerste instantie gesteund op de rapporten aan de directeur (RAD). De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in de RAD’s helder zijn geformuleerd en niet voor interpretatie vatbaar zijn. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid aan klager kon toerekenen. De klachtencommissie acht de kwalificatie dan ook correct en afdoende gemotiveerd.

De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijk inbreuk van de tweede categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 15 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 4 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.