KC16/26-0109
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
BEVOEGDHEID - MEDISCH - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager dient een klacht in over verkeerde medicatie die door de gevangenisarts werd voorgeschreven. De klachtencommissie is bijgevolg niet bevoegd voor klachten van medische aard aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn, noch is de directie verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen staan immers niet onder het gezag van de directie. Bij gebreke aan een beslissing van of namens de directeur, is deze klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager dient daarnaast een klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ondertekend werd door een getuige van het personeel. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager immers zelf spontaan toe dat de gevonden pilletjes van hem zijn en hij ze zelf aan een medegedetineerde heeft gevraagd. Hoewel klager zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht uitlegt dat hij deze gebruikt om medische redenen (ondergewicht) en omdat de gevangenisarts hem verkeerde medicatie zou voorschrijven, is de klachtencommissie van oordeel dat dit geenszins een reden is om in het bezit te mogen zijn van verboden substanties. Anabole androgene steroïden zijn immers verboden in de gevangenis.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 23 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Klager dient een klacht in over verkeerde medicatie die door de gevangenisarts werd voorgeschreven. De klachtencommissie is bijgevolg niet bevoegd voor klachten van medische aard aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn, noch is de directie verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen staan immers niet onder het gezag van de directie. Bij gebreke aan een beslissing van of namens de directeur, is deze klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager dient daarnaast een klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ondertekend werd door een getuige van het personeel. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager immers zelf spontaan toe dat de gevonden pilletjes van hem zijn en hij ze zelf aan een medegedetineerde heeft gevraagd. Hoewel klager zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht uitlegt dat hij deze gebruikt om medische redenen (ondergewicht) en omdat de gevangenisarts hem verkeerde medicatie zou voorschrijven, is de klachtencommissie van oordeel dat dit geenszins een reden is om in het bezit te mogen zijn van verboden substanties. Anabole androgene steroïden zijn immers verboden in de gevangenis.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 23 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.