Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0144

Ongegrond Onontvankelijk KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Voorlopige maatregel Geen beslissing directeur
VOORLOPIGE MAATREGEL - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - HYGIËNE - TELEFONIE

Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste om klager een verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte en een uitsluiting van deelname aan alle activiteiten op te leggen op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). De motivering van de voorlopige maatregel verwijst naar het bezit van een verboden substantie. De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt waarom de fysieke integriteit van personen bedreigd werd. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel van plaatsing in de toegewezen verblijfsruimte en een uitsluiting van deelname aan alle activiteiten in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De uitsluiting van deelname aan alle activiteiten werd ook nog eens opgelegd op basis van het gevaar voor de orde of de veiligheid (artikel 145, §1, tweede lid Basiswet). Bij die rechtsgrond werd echter geen expliciete motivering meer opgenomen maar werd enkel vermeldt “Zie RAD”. De klachtencommissie acht dit niet problematisch, nu deze voorlopige maatregel zowel onder het eerste lid van artikel 145, §1 Basiswet als onder het tweede lid kan worden opgelegd. Zoals in de voorgaande paragraaf aangehaald, werd de voorlopige maatregel van uitsluiting van deelname aan alle activiteiten al afdoende verantwoord onder de rechtsgrond van artikel 145, §1, eerste lid Basiswet. De klacht is ongegrond.

Klager beklaagt zich over een weigering van de beambte om hem te laten douchen. De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager onvoldoende duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt met name geen datum waarop de weigering zich zou hebben voorgedaan. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over een weigering van de beambte om hem te laten telefoneren naar zijn advocaat. De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager onvoldoende duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt met name geen datum waarop de weigering zich zou hebben voorgedaan. De klacht is niet-ontvankelijk.