KC16/26-0191
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TERMIJN - TUCHT
Klager diende op 31.05.2026 zijn klacht in. Op zijn klachtenformulier heeft hij ingevuld dat zijn klacht gericht is tegen een tuchtbeslissing van 29.05.2026. Uit het tuchtdossier en het verweer van de directie blijkt dat er pas op 03.06.2026 een tuchtsanctie werd uitgesproken door de directie, dus na de indiening van zijn klacht. Bijgevolg kon de klacht enkel gericht zijn tegen de rapporten aan de directeur (RAD) van 29 en 30.05.2026 die de aanleiding waren voor de tuchtbeslissing van 03.06.2026. Het opstellen van een RAD is echter geen beslissing van de directeur maar van een personeelslid. De Basiswet stelt immers dat wanneer een personeelslid een feit vaststelt waarvan hij/zij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt of wanneer een dergelijke inbreuk hem/haar ter kennis wordt gebracht, hij/zij een rapport aan de directeur opstelt. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Klager diende op 31.05.2026 zijn klacht in. Op zijn klachtenformulier heeft hij ingevuld dat zijn klacht gericht is tegen een tuchtbeslissing van 29.05.2026. Uit het tuchtdossier en het verweer van de directie blijkt dat er pas op 03.06.2026 een tuchtsanctie werd uitgesproken door de directie, dus na de indiening van zijn klacht. Bijgevolg kon de klacht enkel gericht zijn tegen de rapporten aan de directeur (RAD) van 29 en 30.05.2026 die de aanleiding waren voor de tuchtbeslissing van 03.06.2026. Het opstellen van een RAD is echter geen beslissing van de directeur maar van een personeelslid. De Basiswet stelt immers dat wanneer een personeelslid een feit vaststelt waarvan hij/zij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt of wanneer een dergelijke inbreuk hem/haar ter kennis wordt gebracht, hij/zij een rapport aan de directeur opstelt. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.