KC17/22-0013
Gegrond
KC - Leuven Hulp
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING
Wanneer een beslissing tot verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel wordt genomen, moet telkens opnieuw worden geëvalueerd of er ten aanzien van de gedetineerde nog steeds ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid bestaan.
De motivering van de tweede verlenging is een volledige kopie van de motivering van de oorspronkelijke bijzondere veiligheidsmaatregel, uitgezonderd de aanvulling: “Betrokkene ontkent dit; hij wil een overplaatsing naar een andere gevangenis”. Zij is zelfs helemaal identiek aan de motivering van de eerste verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel.
De directie faalt met deze motivering aan te tonen op welke manier de directie nagegaan is of het gedrag van klager nog altijd een gevaar vormt voor de orde en veiligheid. Klager werd wel opnieuw gehoord maar er kwamen geen nieuwe elementen aan het licht dan bij de eerdere bijzondere veiligheidsmaatregel en de verlenging ervan. Er werd ook niet nagegaan of de bijzondere veiligheidsmaatregel nog steeds noodzakelijk is voor het behoud van de orde en veiligheid en of de bijzondere veiligheidsmaatregel nog steeds in verhouding staat tot de bedreiging. Evenmin wordt aangetoond dat de bedreiging van die aard is dat zij zich opnieuw zou realiseren. De motivering is ook enkel gebaseerd op vermoedens en geen concrete elementen. Dit blijkt ook duidelijk uit de motivering “we vermoeden dat hij opnieuw andere wegen zal zoeken en vinden om deze praktijken verder te zetten”. De klacht is gegrond.
Wanneer een beslissing tot verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel wordt genomen, moet telkens opnieuw worden geëvalueerd of er ten aanzien van de gedetineerde nog steeds ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid bestaan.
De motivering van de tweede verlenging is een volledige kopie van de motivering van de oorspronkelijke bijzondere veiligheidsmaatregel, uitgezonderd de aanvulling: “Betrokkene ontkent dit; hij wil een overplaatsing naar een andere gevangenis”. Zij is zelfs helemaal identiek aan de motivering van de eerste verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel.
De directie faalt met deze motivering aan te tonen op welke manier de directie nagegaan is of het gedrag van klager nog altijd een gevaar vormt voor de orde en veiligheid. Klager werd wel opnieuw gehoord maar er kwamen geen nieuwe elementen aan het licht dan bij de eerdere bijzondere veiligheidsmaatregel en de verlenging ervan. Er werd ook niet nagegaan of de bijzondere veiligheidsmaatregel nog steeds noodzakelijk is voor het behoud van de orde en veiligheid en of de bijzondere veiligheidsmaatregel nog steeds in verhouding staat tot de bedreiging. Evenmin wordt aangetoond dat de bedreiging van die aard is dat zij zich opnieuw zou realiseren. De motivering is ook enkel gebaseerd op vermoedens en geen concrete elementen. Dit blijkt ook duidelijk uit de motivering “we vermoeden dat hij opnieuw andere wegen zal zoeken en vinden om deze praktijken verder te zetten”. De klacht is gegrond.