Ga verder naar de inhoud

KC17/22-0062

Gegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Uit het RAD blijkt dat er een discussie was tussen de beambte en klager. In de motivering van de tuchtbeslissing lezen we dat de beambte bedreigd werd. De klachtencommissie kan echter uit het RAD nergens afleiden dat er bedreigingen zijn geuit. Daarnaast ontbreekt de motivering in verband met de kwalificatie ‘opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee’.
Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet weerhouden worden en dient geschrapt te worden uit de tuchtbeslissing.
Het RAD is duidelijk en nauwkeurig voor de twee andere tuchtinbreuken ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’ en‘ het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’. De beambte stelde vast dat klager tot tweemaal toe iets onder de celdeur van een medegedetineerde probeerde te schuiven wat verboden is op basis van het huishoudelijk reglement. Klager erkent ook de mondelinge belediging ten aanzien van de beambte. Dit blijkt uit het verslag van de tuchtzitting. De tuchtinbreuken zijn dan ook bewezen.
De klacht is gedeeltelijk gegrond.