Ga verder naar de inhoud

KC17/23-0041

Gegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - CELMUTATIE - ARBEID

De directie moet motiveren waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn.
De individuele aanwijzingen moeten bovendien geconcretiseerd worden. Dit principe werd al meermaals bevestigd door de beroepscommissie bij de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen en blijkt ook duidelijk uit de formulering van het door de directie in te vullen sjabloon.
Uit het RAD blijkt dat klager om 7u 30 onderworpen werd aan een kledijfouille. De klager gaf spontaan een pakje in plasticfolie af aan het personeel. De klachtencommissie kan uit de motivering niet achterhalen welke individuele aanwijzingen aanleiding gaven voor een fouille aan het lichaam. Op de fouillebeslissing staat ook niet het tijdstip waarop klager een kopie van de fouillebeslissing in ontvangst nam. De klachtencommissie kan dan ook niet nagaan of klager binnen de 24u op de hoogte werd gebracht van de redenen van de fouille aan het lichaam.
De klacht tegen de fouille aan het lichaam is gegrond.

Klager erkent de feiten tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuken bewezen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken een tuchtsanctie van maximaal 30 dagen ATV krijgen. Klager kreeg een tuchtsanctie van 7 dagen ATV wat de klachtencommissie overkomt als een zeer redelijke tuchtsanctie in verhouding tot de gepleegde inbreuken.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.

De klachtencommissie acht de celmutatie terecht aangezien klager door zijn ontslag niet langer tot de werkers/fatieken behoort. De nieuwe fatiek zal nu verblijven in de monocel van klager. De directie preciseert in zijn verweer ook dat klager zich op de wachtlijst voor een monocel kan plaatsen.
De klacht tegen de beslissing tot het afnemen van de monocel is ongegrond.

De klager vult en ondertekent een contract voor het toekennen van een sociale lening. Dit document vermeldt duidelijk de situaties waarin de lening wordt stopgezet. Klager was dus op de hoogte dat bij ontslag de lening onmiddellijk wordt stopgezet.
De klacht tegen de stopzetting van de sociale lening is dan ook ongegrond.