Ga verder naar de inhoud

KC17/23-0054

Ongegrond Gegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht Ordemaatregel Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - KWALIFICATIE - VERBODEN VOORWERPEN - BEZOEK

De datum van afgifte van het document in verband met de fouillering dateert van 30/08/2023. De beslissing werd evenwel genomen op 11/09/2023. De directie erkent de materiƫle vergissing, maar deze vergissing doet geen afbreuk aan de beslissing tot het opleggen van een fouille aan het lichaam. Klager stelt ook dat hij niet binnen de 24 uur op de hoogte werd gebracht van het document in verband met de fouillering. De Basiswet voorziet in deze termijn. Het is een termijn van orde. Klager toont niet aan dat hij schade heeft geleden door de late ontvangst van het document in verband met de fouillering. De klacht tegen de beslissing tot het opleggen van een fouille aan het lichaam is ongegrond

De voorlopige maatregel gaat over het plaatsen in de beveiligde cel. Klager werd binnen de 72 uur gehoord in het kader van een tuchtprocedure. De klachtencommissie is van oordeel dat de voorlopige maatregel werd opgelegd in verhouding met het gevaar en voldoende werd gemotiveerd. De klacht tegen de voorlopige maatregel is niet gegrond.

De klachtencommissie kan uit de motivering van de tuchtbeslissing, noch uit de omschrijving in het RAD afleiden waarom de directie met zekerheid kan zeggen dat het ging om een verboden substantie of verboden voorwerp. Voor zover deze tuchtinbreuk ook werd weerhouden voor de naalden, volgt de klachtencommissie deze kwalificatie niet. Deze tuchtinbreuk slaat op voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn, zoals drugs en wapens. De naalden zijn in de vrije samenleving niet verboden. De klachtencommissie vernietigt deze kwalificatie. De klacht tegen de tuchtbeslissing is gedeeltelijk gegrond.

De ordemaatregel is schriftelijk, gemotiveerd en beperkt in duur. Klager ontkent niet dat hij injectienaalden kreeg via zijn bezoekster. Het huishoudelijk reglement stelt dat er geen voorwerpen (met uitzondering van een limitatieve lijst aan voorwerpen zoals kledij) via het bezoek binnengebracht mogen worden. De klacht tegen de ordemaatregel is niet gegrond.