Ga verder naar de inhoud

KC17/24-0024

Gegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Tucht
TUCHT - TOEREKENBAARHEID

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.

• Wat betreft de kwalificatie van de feiten als tuchtinbreuk van de eerste categorie

De klachtencommissie meent dat er onvoldoende elementen uit het dossier blijken om klagers individuele verantwoordelijkheid vast te stellen. De directie baseert zich op het feit dat klager de enige roker was in de cel. De klachtencommissie meent echter dat de directie roken verkeerdelijk gelijkstelt aan het consumeren van drugs. Een niet-roker kan immers een druggebruiker zijn en omgekeerd. Bovendien acht de klachtencommissie dit argument ongeloofwaardig op nog een ander niveau. Indien de directie overtuigd was dat het al dan niet roken bepalend was voor klagers (on)schuld, had zij klagers celgenoot moeten vrijspreken. Dit heeft ze niet gedaan. Deze kreeg immers ook een tuchtsanctie opgelegd. De directie is dus niet consistent in het volgen van haar eigen redenering. De klachtencommissie kan aan dit argument dan ook weinig waarde achten wat betreft het bewezen zijn van de feiten in hoofde van klagers. De directie haalt tot slot geen enkel ander element aan op basis waarvan klagers individuele verantwoordelijkheid kan worden vastgesteld. De directie kon de feiten dan ook als bewezen beschouwen.

• Wat betreft de kwalificatie van de feiten als tuchtinbreuk van de tweede categorie

Uit het verweer van de directie blijkt dat klager tabak aankoopt, wat wijst op roken. Klager ontkent dit ook niet in zijn klachtenformulier. Om die reden meent de klachtencommissie dat de directie de feiten als bewezen kon beschouwen.


Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van zeven dagen ATV voor twee tuchtrechtelijke inbreuken: een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie en een tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie. Aangezien de klachtencommissie de tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie vernietigt, hervormt zij de tuchtsanctie naar drie dagen ATV.