Ga verder naar de inhoud

KC17/24-0049

Gegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL – ARBEID

De klacht is gericht tegen de ontslagbeslissing genomen door de directie van de gevangenis.

Uit de ontslagbeslissing en het verweer van de directie, blijkt dat het rapport aan de directeur (RAD) van 23.11.2024 de aanleiding was voor het ontslag van klager. Uit het RAD blijkt dat klager op 22.11.2024 een discussie had met een medegedetineerde, die uiteindelijk ontaard is in een vechtpartij op de wandeling. Uit bijkomende informatie blijkt dat klager hiervoor een tuchtsanctie (ATV) heeft gekregen van 22.11.2024 tot 02.12.2024. Toch besliste de directeur al op 29.11.2024 om klager te ontslaan uit zijn functie als diender. Nochtans heeft de klachtencommissie geen kennis van waarschuwingen die klager in het verleden reeds kreeg over zijn gedrag tijdens de uitoefening van zijn job.

Indien de directie klager wou ontslaan omdat hij het vertrouwen, dat net essentieel is voor een vertrouwensfunctie, had geschonden naar aanleiding van de feiten, diende de directie na afloop van de tuchtsanctie een schriftelijke ordemaatregel tot afzetting werk te nemen, met daarin opgenomen de reden die de gedetineerde moet toelaten te begrijpen waarom zijn vertrouwensfunctie niet langer als passend en opportuun kon worden beschouwd.

De klachtencommissie besluit dat de ontslagbeslissing werd opgelegd in strijd met de dienstnota van DG EPI van 18.06.2015. De ontslagbeslissing is bijgevolg onwettig.

Om deze redenen is de klacht gegrond.