Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0004

Gegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM – VERBODEN VOORWERPEN

Klager heeft een klacht ingediend tegen een naaktfouillering. De individuele aanwijzingen die de directie deden vermoeden dat klager in het bezit was van een gsm, hetgeen een verboden voorwerp is in de gevangenis, was de vaststelling dat de celgenoot van klager in de nacht van 21 op 22 januari werd gezien met een gsm.

De klachtencommissie is van mening dat deze motivering onvoldoende is voor een ingrijpende maatregel als de fouillering op het lichaam. Het feit dat de celgenoot van klager in het bezit zou zijn van een gsm, volstaat niet als individuele aanwijzing om de naaktfouillering te rechtvaardigen. De klachtencommissie stelt vast dat nergens uit blijkt waarom de medegedetineerde van klager de gsm zou hebben doorgegeven aan klager. Daarnaast is ook niet voldaan aan de vereiste dat de naaktfouillering als ultimum remedium dient te worden ingezet. Hoewel de directie in haar motivering bij de naaktfouillering stelt dat “de kans bestaat dat de gsm verstopt wordt in het ondergoed of op het lichaam”, is de klachtencommissie van oordeel dat deze motivering niet voldoende is. De metaaldetectieportiek (MDP) of het onderzoek aan de kledij hadden als minder ingrijpende maatregelen immers hetzelfde doel kunnen bereiken.

De klachtencommissie stelt vast dat artikel 108 van de Basiswet geschonden is. Om deze redenen is de klacht gegrond.