Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0012

Ongegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Hij heeft tucht gekregen omdat hij boos was omdat hij niet op wandeling kon. Hij stelt dat het RAD niet correct is en dat de ambtenaren liegen en hun macht misbruiken. Klager verklaart dat hij twee dagen in de strafcel heeft gezeten.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Het RAD werd ondertekend door twee getuigen van het personeel. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager bovendien toe dat hij zeer boos was en zijn koffiekan heeft gegooid.
De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.