Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0030

Gegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven Hulp.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.

Wat betreft de eerste inbreuk, is de klachtencommissie van oordeel dat het rapport aan de directeur duidelijk werd opgesteld. Klager voerde ook geen overtuigende elementen aan waaruit kon afgeleid worden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten.

In verband met de tweede inbreuk wordt vastgesteld dat in de motivering van de tuchtbeslissing niet wordt vermeld welke bepaling van het huishoudelijk reglement klager zou hebben geschonden. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement.

Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De gedeeltelijke vernietiging heeft geen invloed op de wettelijk toegestane maximum sanctie.