Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0047

Ongegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Hulp.

Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 7 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de eerste categorie “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.

Klager ontkent het gebruik van verboden substanties. Hij voert aan dat geen verboden substanties werden gevonden en de geur niet kan volstaan om een tuchtbeslissing op te steunen.

Het rapport aan de directeur is zeer duidelijk over de vaststellingen dat een geur van verboden substanties merkbaar was. Volgens de Beroepscommissie is een geurwaarneming een vaststelling die op gelijke hoogte staat met andere zintuiglijke vaststellingen, zoals bijvoorbeeld vaststellingen gebaseerd op het uitzicht van de substantie. Deze vaststellingen kunnen volgens haar evengoed een doorslaggevend element vormen als basis voor een tuchtbeslissing, zolang ze op een zorgvuldige wijze zijn gedaan.

Twee personeelsleden namen de geur waar. Bovendien heeft een beambte bevestigd dat de twee celgenoten aan tafel zaten te roken. Klager brengt geen overtuigende argumenten aan die gerede twijfel doen ontstaan over deze vaststellingen van de beambten, zoals genoteerd in het rapport aan de directeur, en over de ervaring van de beambten in zulk dossiers.

De klachtencommissie meent dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon verklaren. De geurwaarneming werd volgens de klachtencommissie voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd. De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.

Klager kon voor de tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 7 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuk. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.