Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0060

Ongegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL

De klacht betreft een voorlopige maatregel van de directie van de gevangenis van Leuven Hulp.

Het opleggen van een voorlopige maatregel is geregeld in de Basiswet.

(1) In geval van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid;
(2) Indien door het aanzetten of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar wordt gebracht of
(3) In geval van gevaar voor de orde of de veiligheid

kan de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure, maatregelen nemen en daartoe bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen dewelke vermeld worden in artikel 112, ยง1 van de Basiswet. De meest ingrijpende maatregelen zoals de onderbrenging in de beveiligde cel, zoals in dit dossier werd opgelegd, of het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte zijn enkel mogelijk in situaties (1) en (2). Het ontnemen van voorwerpen, de uitsluiting van deelname aan activiteiten en de observatie zijn maatregelen die in elke toepasselijke situatie opgelegd mogen worden.

De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was, gelet op de noodzaak op de fysieke integriteit van andere personen aanwezig in de gevangenis te vrijwaren.

Gelet op de feiten was de plaatsing van klager in een verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. De klacht is bijgevolg niet gegrond.