KC17/26-0018
Ongegrond
KC - Leuven Hulp
Klachtencommissie
Fouille op het lichaam
FOUILLERING LICHAAM
Klager dient een klacht in tegen de fouillering op zijn lichaam.
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam en uit het verweer van de directie duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat klager in het bezit was van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Het signaal van de metaaldetectieportiek is immers herhaaldelijk afgegaan toen klager hierdoor moest alvorens naar de ochtendwandeling te gaan. Hierdoor ontstond het redelijke vermoeden dat hij in het bezit was van metalen die verboden of gevaarlijke voorwerpen kunnen uitmaken. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
De klacht is om deze reden niet gegrond.
Klager dient een klacht in tegen de fouillering op zijn lichaam.
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam en uit het verweer van de directie duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat klager in het bezit was van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Het signaal van de metaaldetectieportiek is immers herhaaldelijk afgegaan toen klager hierdoor moest alvorens naar de ochtendwandeling te gaan. Hierdoor ontstond het redelijke vermoeden dat hij in het bezit was van metalen die verboden of gevaarlijke voorwerpen kunnen uitmaken. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
De klacht is om deze reden niet gegrond.