KC17/26-0019
Ongegrond
KC - Leuven Hulp
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ONGESTOORD BEZOEK
De klacht gaat over de beslissing tot weigering van ongestoord bezoek.
De klachtencommissie stelt vast dat uit het verslag van de PSD blijkt dat klager in de gevangenis zit op verdenking van poging moord, wapenbezit en slagen en verwondingen ten aanzien van onder andere zijn partner waarmee hij nu ongestoord bezoek aanvraagt. Volgens het bevel tot aanhouding was de partner van klager als slachtoffer van de feiten zwaargewond, hetgeen ook uit de medische attesten zou blijken. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om de aanvraag voor het ongestoord bezoek niet goed te keuren, een wettige beslissing was die bovendien niet onredelijk of onbillijk was gelet op de feiten van intrafamiliaal geweld waarvoor klager veroordeeld werd en waarvan bezoekster het slachtoffer is. De klachtencommissie begrijpt dat de directie voorzichtig is in het toekennen van een vorm van bezoek waarbij er geen toezicht is en waarbij er geen mogelijkheid bestaat om deze ruimte onmiddellijk te verlaten in geval van een conflict, ook al blijkt uit het dossier dat de partner van klager sinds september 2025 op gewoon bezoek komt. Aangezien de strafrechtelijke feiten ten aanzien van de bezoekster recent plaatsvonden, namelijk in juli 2025, acht de klachtencommissie de weigeringsbeslissing van de directie niet onredelijk of onbillijk. Het feit dat klager in zijn klacht aanhaalt dat de feiten enkel hebben kunnen plaatsvinden omdat hij onder invloed was van vergiftigde wodka en het anders nooit zou zijn gebeurd, doet hier geen afbreuk aan.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klacht gaat over de beslissing tot weigering van ongestoord bezoek.
De klachtencommissie stelt vast dat uit het verslag van de PSD blijkt dat klager in de gevangenis zit op verdenking van poging moord, wapenbezit en slagen en verwondingen ten aanzien van onder andere zijn partner waarmee hij nu ongestoord bezoek aanvraagt. Volgens het bevel tot aanhouding was de partner van klager als slachtoffer van de feiten zwaargewond, hetgeen ook uit de medische attesten zou blijken. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om de aanvraag voor het ongestoord bezoek niet goed te keuren, een wettige beslissing was die bovendien niet onredelijk of onbillijk was gelet op de feiten van intrafamiliaal geweld waarvoor klager veroordeeld werd en waarvan bezoekster het slachtoffer is. De klachtencommissie begrijpt dat de directie voorzichtig is in het toekennen van een vorm van bezoek waarbij er geen toezicht is en waarbij er geen mogelijkheid bestaat om deze ruimte onmiddellijk te verlaten in geval van een conflict, ook al blijkt uit het dossier dat de partner van klager sinds september 2025 op gewoon bezoek komt. Aangezien de strafrechtelijke feiten ten aanzien van de bezoekster recent plaatsvonden, namelijk in juli 2025, acht de klachtencommissie de weigeringsbeslissing van de directie niet onredelijk of onbillijk. Het feit dat klager in zijn klacht aanhaalt dat de feiten enkel hebben kunnen plaatsvinden omdat hij onder invloed was van vergiftigde wodka en het anders nooit zou zijn gebeurd, doet hier geen afbreuk aan.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0103 opgestart