TUCHT - ORDEMAATREGEL - BEZOEK
De klachtencommissie nam kennis van de dossierstukken. Daaruit blijkt in eerste instantie dat klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens:
- De opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee (tuchtinbreuk van eerste categorie);
- De opzettelijke aantasting van de orde (tuchtinbreuk van eerste categorie);
- Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (tuchtinbreuk van tweede categorie).
De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijken twee rapporten aan de directeur (RAD) te zijn. De klachtencommissie meent dat over het eerste RAD weinig betwisting bestaat. Klager ontkent niet dat hij boos was op zijn bezoeker. De vaststellingen in het RAD werden gedetailleerd beschreven en daaruit blijkt dat klager bijzonder misnoegd was door de ruzie met zijn bezoekster, in die mate dat klager voor de volledige bezoekzaal is beginnen roepen, is beginnen rondwandelen in de bezoekzaal, een beker met koffie heeft weggegooid en zelfs aangaf dat hij iets zou stuk slaan indien het bezoek niet snel kon beëindigd worden. Door zijn gedrag moest er versterking worden opgeroepen en kon zijn bezoek ook vroegtijdig worden beëindigd. Dergelijke reactie kan niet worden getolereerd gelet op het risico op escalatie wegens de aanwezigheid van andere gedetineerden en hun bezoekers. Bovendien heeft klager zelf aangegeven in zijn klacht dat hij zich niet mag opjagen gelet op zijn twee hartinfarcten. Wat het tweede RAD betreft, stelt de klachtencommissie vast dat de directie de uitleg van klager heeft aangenomen en de vaststellingen uit het RAD slechts heeft gekwalificeerd als een overtreding van het huishoudelijk reglement en dus niet als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De weerhouden tuchtinbreuk wordt niet betwist door klager aangezien hij zelf heeft verklaard dat hij jetons heeft ontvangen van een gedetineerde en blaadjes heeft gegeven aan een andere gedetineerde. Transacties tussen gedetineerden zijn verboden op grond van Collectieve Brief nr. 113 van 5 augustus 2011, zoals ook overgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Hulp (p. 10). De klachtencommissie besluit dat de directie de tuchtinbreuken terecht bewezen heeft verklaard in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie acht dit bovendien geen onredelijke sanctie rekening houdende met de ernst van het incident tijdens het bezoek en het feit dat klager in januari 2026 gesanctioneerd werd voor het slaan van een gedetineerde tijdens het bezoek. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Naast de tuchtbeslissing die een bestraffend karakter heeft, werd naar aanleiding van de feiten in de bezoekzaal ook een ordemaatregel opgelegd ten aanzien van klager. De directeur besliste om het bezoek tussen klager en zijn partner te beperken tot glasbezoek gedurende één maand. De directie was van oordeel dat klager door de escalerende ruzie met zijn partner tijdens het gemeenschappelijk bezoek de orde en veiligheid tijdens het bezoek in het gedrang had gebracht en dat er redenen waren om aan te nemen dat dergelijk gedrag zich zou herhalen. Er zou immers sprake zijn van relationele spanningen en uit zijn tuchtregister blijkt dat klager in januari 2026 een medegedetineerde had geslagen in het aangezicht tijdens het bezoek. Op grond van de vaststellingen in het tuchtdossier besluit de klachtencommissie dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel met inbegrip van de duurtijd, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel beschermt de andere gedetineerden en hun bezoekers maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn partner kan zien, weliswaar achter glas. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.
De klachtencommissie nam kennis van de dossierstukken. Daaruit blijkt in eerste instantie dat klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens:
- De opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee (tuchtinbreuk van eerste categorie);
- De opzettelijke aantasting van de orde (tuchtinbreuk van eerste categorie);
- Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (tuchtinbreuk van tweede categorie).
De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijken twee rapporten aan de directeur (RAD) te zijn. De klachtencommissie meent dat over het eerste RAD weinig betwisting bestaat. Klager ontkent niet dat hij boos was op zijn bezoeker. De vaststellingen in het RAD werden gedetailleerd beschreven en daaruit blijkt dat klager bijzonder misnoegd was door de ruzie met zijn bezoekster, in die mate dat klager voor de volledige bezoekzaal is beginnen roepen, is beginnen rondwandelen in de bezoekzaal, een beker met koffie heeft weggegooid en zelfs aangaf dat hij iets zou stuk slaan indien het bezoek niet snel kon beëindigd worden. Door zijn gedrag moest er versterking worden opgeroepen en kon zijn bezoek ook vroegtijdig worden beëindigd. Dergelijke reactie kan niet worden getolereerd gelet op het risico op escalatie wegens de aanwezigheid van andere gedetineerden en hun bezoekers. Bovendien heeft klager zelf aangegeven in zijn klacht dat hij zich niet mag opjagen gelet op zijn twee hartinfarcten. Wat het tweede RAD betreft, stelt de klachtencommissie vast dat de directie de uitleg van klager heeft aangenomen en de vaststellingen uit het RAD slechts heeft gekwalificeerd als een overtreding van het huishoudelijk reglement en dus niet als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De weerhouden tuchtinbreuk wordt niet betwist door klager aangezien hij zelf heeft verklaard dat hij jetons heeft ontvangen van een gedetineerde en blaadjes heeft gegeven aan een andere gedetineerde. Transacties tussen gedetineerden zijn verboden op grond van Collectieve Brief nr. 113 van 5 augustus 2011, zoals ook overgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Hulp (p. 10). De klachtencommissie besluit dat de directie de tuchtinbreuken terecht bewezen heeft verklaard in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie acht dit bovendien geen onredelijke sanctie rekening houdende met de ernst van het incident tijdens het bezoek en het feit dat klager in januari 2026 gesanctioneerd werd voor het slaan van een gedetineerde tijdens het bezoek. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Naast de tuchtbeslissing die een bestraffend karakter heeft, werd naar aanleiding van de feiten in de bezoekzaal ook een ordemaatregel opgelegd ten aanzien van klager. De directeur besliste om het bezoek tussen klager en zijn partner te beperken tot glasbezoek gedurende één maand. De directie was van oordeel dat klager door de escalerende ruzie met zijn partner tijdens het gemeenschappelijk bezoek de orde en veiligheid tijdens het bezoek in het gedrang had gebracht en dat er redenen waren om aan te nemen dat dergelijk gedrag zich zou herhalen. Er zou immers sprake zijn van relationele spanningen en uit zijn tuchtregister blijkt dat klager in januari 2026 een medegedetineerde had geslagen in het aangezicht tijdens het bezoek. Op grond van de vaststellingen in het tuchtdossier besluit de klachtencommissie dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel met inbegrip van de duurtijd, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel beschermt de andere gedetineerden en hun bezoekers maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn partner kan zien, weliswaar achter glas. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De ordemaatregel blijft bestaan.