Ga verder naar de inhoud

KC20/22-0003

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - SCHADE

Het hangen van een stuk laken aan de tralies van het raam dat uitkijkt op de binnenkoer (op het gelijkvloers) is een tuchtinbreuk op basis van art. 129, 3° en art. 130, 2° van de Basiswet. Bij de keuze voor de aard en de omvang van de sanctie heeft de directie rekening gehouden met de ernst van de inbreuk en de omstandigheden waarin de inbreuk plaatsvond. Het laken was duidelijk bedoeld als doorgeef lint. Het doorgeven (verkopen, ruilen, lenen, schenken, …) van voorwerpen tussen gedetineerden is verboden. Tijdens de gemeenschappelijke wandeling is het nog eenvoudiger om dergelijke verboden handelingen te stellen. Daarenboven heeft klager reeds meerdere (voorwaardelijke) sancties opgelopen.
De sanctie van 7 dagen individuele wandeling is dan ook correct en proportioneel toegekend. De klacht is kennelijk ongegrond.