TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS - SANCTIE
Er werd naar aanleiding van een celcontrole een eerste RAD opgesteld. Tijdens de celcontrole werd een bolletje groene substantie gevonden dat verstopt zat in een pakje sigaretten dat op de stoel lag. Na de celcontrole kwam een penitentiair bewakingsassistent (pba) nieuwe lakens brengen voor klager. Vermits er ook controles in andere cellen werden uitgevoerd, moesten de celdeuren dicht blijven. De pba diende de lakens dus door het winket te geven. De pba kreeg het winket niet meteen open en klager begon op het winket te slaan en de pba uit te schelden. Hiervoor werd een tweede RAD opgesteld. Tijdens de tuchthoorzitting zou klager enkel “ja dat klopt” hebben gezegd. Klager betwist bijgevolg de feiten niet. De directie achtte de feiten bewezen gelet op de bekentenis van klager.
De klachtencommissie is van oordeel dat de tuchtprocedure werd gevolgd conform de Basiswet. De klachtencommissie meent dat de directie, gelet op de duidelijke vaststellingen in de rapporten en de bekentenis van klager, de tuchtinbreuken in redelijkheid en billijkheid bewezen kon verklaren.
De klachtencommissie merkt op dat opeenvolgende tuchtsancties door de Basiswet niet worden verboden. Collectieve Brief nr.124 van 6 september 2013 bepaalt dat ATV wordt opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties. Deze regel geldt uitsluitend voor inbreuken gesanctioneerd binnen éénzelfde tuchtprocedure en staat niet in de weg dat andere tuchtsancties worden opgelegd voor tuchtrechtelijke inbreuken gepleegd tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie van afzondering. De combinatie tussen ATV en andere tuchtsancties is bijgevolg mogelijk, evenwel op voorwaarde dat beide sancties niet opgelegd werden binnen één en dezelfde tuchtprocedure. Terecht stelt de directie in haar verweer dat beide sancties ‘mekaar doorkruisen’ en dat de periode van 25 dagen ATV als het ware de nog lopende individuele wandeling ‘opslorpt’. Die opslorping is bovendien logisch omdat ATV nu eenmaal de individuele wandeling inhoudt. Tot slot merkt de klachtencommissie op dat die opslorping ook in het voordeel is van klager, dewelke hierdoor immers beter af is dan in een situatie waarbij (zonder opslorping) elk van de tuchtsancties voor hem apart zouden verlopen. Bijgevolg is de tuchtsanctie van 25 dagen ATV niet onwettig, noch onredelijk of onbillijk gelet op het tuchtregister van klager.
De klacht is ongegrond.
Er werd naar aanleiding van een celcontrole een eerste RAD opgesteld. Tijdens de celcontrole werd een bolletje groene substantie gevonden dat verstopt zat in een pakje sigaretten dat op de stoel lag. Na de celcontrole kwam een penitentiair bewakingsassistent (pba) nieuwe lakens brengen voor klager. Vermits er ook controles in andere cellen werden uitgevoerd, moesten de celdeuren dicht blijven. De pba diende de lakens dus door het winket te geven. De pba kreeg het winket niet meteen open en klager begon op het winket te slaan en de pba uit te schelden. Hiervoor werd een tweede RAD opgesteld. Tijdens de tuchthoorzitting zou klager enkel “ja dat klopt” hebben gezegd. Klager betwist bijgevolg de feiten niet. De directie achtte de feiten bewezen gelet op de bekentenis van klager.
De klachtencommissie is van oordeel dat de tuchtprocedure werd gevolgd conform de Basiswet. De klachtencommissie meent dat de directie, gelet op de duidelijke vaststellingen in de rapporten en de bekentenis van klager, de tuchtinbreuken in redelijkheid en billijkheid bewezen kon verklaren.
De klachtencommissie merkt op dat opeenvolgende tuchtsancties door de Basiswet niet worden verboden. Collectieve Brief nr.124 van 6 september 2013 bepaalt dat ATV wordt opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties. Deze regel geldt uitsluitend voor inbreuken gesanctioneerd binnen éénzelfde tuchtprocedure en staat niet in de weg dat andere tuchtsancties worden opgelegd voor tuchtrechtelijke inbreuken gepleegd tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie van afzondering. De combinatie tussen ATV en andere tuchtsancties is bijgevolg mogelijk, evenwel op voorwaarde dat beide sancties niet opgelegd werden binnen één en dezelfde tuchtprocedure. Terecht stelt de directie in haar verweer dat beide sancties ‘mekaar doorkruisen’ en dat de periode van 25 dagen ATV als het ware de nog lopende individuele wandeling ‘opslorpt’. Die opslorping is bovendien logisch omdat ATV nu eenmaal de individuele wandeling inhoudt. Tot slot merkt de klachtencommissie op dat die opslorping ook in het voordeel is van klager, dewelke hierdoor immers beter af is dan in een situatie waarbij (zonder opslorping) elk van de tuchtsancties voor hem apart zouden verlopen. Bijgevolg is de tuchtsanctie van 25 dagen ATV niet onwettig, noch onredelijk of onbillijk gelet op het tuchtregister van klager.
De klacht is ongegrond.