TUCHT - KWALIFICATIE - MOTIVERING
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD. De klachtencommissie meent dat dit rapport uitgebreid en gedetailleerd beschrijft hoe klager zich verbaal agressief opstelde omdat hij het niet eens was dat hij in quarantaine moest verblijven. Klager bleef discussiëren en zei dat hij niet zou terugdeinzen om te vechten. Als hij opnieuw naar zijn cel moest, zou het uitmonden in een gevecht (hij zou iemand neersteken). Toen hij naar de beveiligde cel werd overgebracht, bood hij fysiek weerstand. Bovendien werd het rapport ondertekend door de opsteller en vijf getuigen, waarvan twee adjudanten. De klachtencommissie is verder van oordeel dat klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht die aantonen dat de vaststellingen van het personeel inzake het agressief gedrag van klager niet zouden kloppen. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet enkel had mogen steunen op het rapport. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken.
De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directeur, op basis van de vaststellingen in het rapport, de feiten niet kon kwalificeren als het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Op basis van het tuchtdossier meent de klachtencommissie dat er geen vaststellingen werden genoteerd waaruit bleek dat klager aanzette tot het voeren van een collectieve actie. Bovendien is artikel 130, 2° van de Basiswet geen vangnetbepaling. In de motivering van de tuchtbeslissing ontbreekt welke specifieke regel van het huishoudelijk reglement werd geschonden. Een gedetineerde moet immers kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD. De klachtencommissie meent dat dit rapport uitgebreid en gedetailleerd beschrijft hoe klager zich verbaal agressief opstelde omdat hij het niet eens was dat hij in quarantaine moest verblijven. Klager bleef discussiëren en zei dat hij niet zou terugdeinzen om te vechten. Als hij opnieuw naar zijn cel moest, zou het uitmonden in een gevecht (hij zou iemand neersteken). Toen hij naar de beveiligde cel werd overgebracht, bood hij fysiek weerstand. Bovendien werd het rapport ondertekend door de opsteller en vijf getuigen, waarvan twee adjudanten. De klachtencommissie is verder van oordeel dat klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht die aantonen dat de vaststellingen van het personeel inzake het agressief gedrag van klager niet zouden kloppen. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet enkel had mogen steunen op het rapport. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken.
De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directeur, op basis van de vaststellingen in het rapport, de feiten niet kon kwalificeren als het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Op basis van het tuchtdossier meent de klachtencommissie dat er geen vaststellingen werden genoteerd waaruit bleek dat klager aanzette tot het voeren van een collectieve actie. Bovendien is artikel 130, 2° van de Basiswet geen vangnetbepaling. In de motivering van de tuchtbeslissing ontbreekt welke specifieke regel van het huishoudelijk reglement werd geschonden. Een gedetineerde moet immers kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.