Ga verder naar de inhoud

KC20/23-0025

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - SANCTIE

Gelet op zijn bekentenis tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en de inhoud van zijn klachtenformulier, betwist klager de tuchtinbreuk, namelijk het bezit van een joint, en bijgevolg het opleggen van een sanctie niet. Klager meent echter dat hij een te zware sanctie heeft gekregen. De klachtencommissie beperkt haar onderzoek bijgevolg tot de wettelijkheid en redelijkheid van de straftoemeting. In de tuchtbeslissing werd klager gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties, een inbreuk van eerste categorie en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een inbreuk van tweede categorie. De directeur heeft hiervoor een algemene tuchtsanctie van 25 dagen ATV opgelegd. De Basiswet bepaalt dat de directeur de keuze heeft over de aard en de omvang van de tuchtsanctie. De directeur dient enerzijds rekening te houden met de wettelijk bepaalde maximumsancties en anderzijds met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de sanctie. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden. De tuchtsanctie is bijgevolg wettig. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk is gelet op het aspect van herhaling, namelijk de twaalf tuchtrechtelijke voorgaanden waaronder drie tuchtrechtelijke veroordelingen voor een verboden substantie. De klacht is ongegrond.