Ga verder naar de inhoud

KC20/23-0053

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS - CAMERABEELDEN

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd met veertien dagen individuele wandeling wegens de deelname aan een vechtpartij op de wandeling. Klager ontkent dat hij heeft geslagen. Hij verwijst hiervoor naar camerabeelden. Zoals de directie in haar verweer ook stelt, heeft zij zich voor het bewezen verklaren van de feiten enkel gesteund op de vaststellingen van haar personeel en wordt er in het tuchtdossier niet verwezen naar camerabeelden. De directie is ook niet verplicht om camerabeelden te consulteren. Wanneer zij meent dat de weergave van de feiten in de rapporten aan de directeur (RAD) voldoende duidelijk is om de feiten als bewezen te verklaren, zal zij dit niet nodig achten en is het dan ook niet verplicht om getuigen te horen of om camerabeelden te bekijken. Indien de directeur zich voor het bewezen verklaren van de feiten wel steunt op camerabeelden, moeten deze camerabeelden in het licht van het recht op tegenspraak, worden getoond aan de gedetineerde.

Het tuchtdossier bevat een RAD werd opgesteld door een beambte om een incident tijdens de wandeling te melden. Klager en een medegedetineerde hadden tijdens de wandeling een discussie die tot fysiek handgemeen is ontaard. Verschillende gedetineerden probeerden tussen beiden te komen. In het rapport werd duidelijk genoteerd dat het interventieteam zag hoe klager een slag uitdeelde aan de medegedetineerde. Klager werd toen door het personeel naar binnengeroepen hetgeen hij weigerde. Klager werd regelmatig opgeroepen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. Tijdens de zitting ontkende klager de inhoud van het RAD. De rapporten aan de directeur (RAD) vormen voor de directie een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een  voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. De klachtencommissie is van oordeel dat de vaststellingen in het rapport duidelijk zijn. Deze vaststellingen werden bovendien bevestigd door drie getuigen. Klager kon tijdens de zitting geen geloofwaardige argumenten geven die doen twijfelen aan de oprechtheid van het rapport. De klachtencommissie besluit dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid voor bewezen kon verklaren. De klacht is ongegrond.