Ga verder naar de inhoud

KC20/23-0090

Gegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - RECHT VAN VERDEDIGING - BIJSTAND ADVOCAAT

Conform de Basiswet en Collectieve Brief nr. 124 van 6 september 2013 werd klager in kennis gesteld van de ten laste gelegde feiten waarover hij zou gehoord worden. De klachtencommissie stelt vast dat op het exemplaar van de gevangenisadministratie van het formulier “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure” staat geschreven dat klager bijstand wenst van zijn advocaat en dat bovendien de naam van zijn advocaat alsook zijn telefoonnummer werden genoteerd. De klachtencommissie heeft zelf de uitnodiging van de advocaat voor de hoorzitting moeten opvragen aangezien dit stuk niet was inbegrepen in het tuchtdossier. Volgens de verkregen uitnodiging zou de raadsman van klager zijn uitgenodigd. De klachtencommissie heeft echter geen bewijs van verzending van deze uitnodiging gekregen. De klachtencommissie stelt vervolgens vast dat ondanks de gevraagde bijstand van een advocaat, er geen advocaat aanwezig was tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hoewel uit het administratief dossier lijkt dat de directie de opgegeven raadsman behoorlijk en tijdig heeft opgeroepen, dient de directie zich te verzekeren van het feit dat een gedetineerde ondubbelzinnig afstand doet van zijn fundamenteel bijstandsrecht.

Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, besluit de klachtencommissie dat klager absoluut geen afstand deed van zijn recht op bijstand aangezien hij verklaarde niet te willen praten zonder de aanwezigheid van zijn advocaat. Dat de directeur vervolgens toch de hoorzitting liet doorgaan, is in strijd met Collectieve Brief nr. 124 van 6 september 2013. Aangezien de reden van de afwezigheid van de opgegeven raadsman niet bij de gedetineerde ligt, is het onredelijk dat de directie in de gegeven omstandigheden geen eenmalig uitstel toekende, vooral omdat er geen voorlopige maatregel was opgelegd. Op grond van het administratief dossier kan alleszins geenszins worden afgeleid dat klager onmiskenbaar afstand deed van zijn bijstandsrecht. Bijgevolg werd het recht van verdediging van klager geschonden, doordat hem een tuchtsanctie werd opgelegd zonder dat hij in zijn verdediging door een advocaat werd bijgestaan. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.