KC20/24-0078
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Mechelen
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Tucht
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING VAN DE DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - BEVOEGDHEID - PERSONEEL
De klacht betreft de tuchtbeslissing, de bijzondere veiligheidsmaatregel en de attitude van het personeel.
Wat betreft de klacht over de tuchtbeslissing:
Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen. Er is volgens de directie geen sprake van een tuchtbeslissing ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de klacht over de bijzondere veiligheidsmaatregel:
De feiten die aanleiding geven tot de BVM (door de directie omschreven als “lawaaihinder en ordeverstoring”, “negeren aanmaningen personeel”, “beledigen van personeel”, “frontaal voor het raam van de personeelsrefter plassen tijdens de wandeling” en “bedreigingen”), zijn feiten die ook
aanleiding kunnen geven tot een tuchtprocedure. De klachtencommissie is van oordeel dat in de voorliggende situatie geen BVM, maar wel een
tuchtsanctie had moeten worden opgelegd. Zij verwijst immers enkel naar feiten die zich hebben voorgedaan, maar geeft niet aan waarom deze BVM noodzakelijk zou zijn voor de orde of de veiligheid. De klachtencommissie meent bovendien dat de bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd als een verdoken tuchtsanctie. Dit wordt duidelijk door de motivering van de BVM. De BVM werd enkel gemotiveerd met een loutere verwijzing naar de RAD, oftewel met verwijzing naar feiten die zich reeds hebben voorgedaan. Dit wijst erop dat men eerder een sanctie voor ogen had en gaat voorbij aan het preventieve karakter van een BVM. De rechten van verdediging van klager werden dus geschonden door de keuze voor een BVM. Om deze redenen is de klacht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bijzondere veiligheidsmaatregel.
Wat betreft de klacht over het personeel:
Klager verwijst naar de attitude van het personeel en brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de directie ten aanzien van hem werd genomen. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klacht betreft de tuchtbeslissing, de bijzondere veiligheidsmaatregel en de attitude van het personeel.
Wat betreft de klacht over de tuchtbeslissing:
Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen. Er is volgens de directie geen sprake van een tuchtbeslissing ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de klacht over de bijzondere veiligheidsmaatregel:
De feiten die aanleiding geven tot de BVM (door de directie omschreven als “lawaaihinder en ordeverstoring”, “negeren aanmaningen personeel”, “beledigen van personeel”, “frontaal voor het raam van de personeelsrefter plassen tijdens de wandeling” en “bedreigingen”), zijn feiten die ook
aanleiding kunnen geven tot een tuchtprocedure. De klachtencommissie is van oordeel dat in de voorliggende situatie geen BVM, maar wel een
tuchtsanctie had moeten worden opgelegd. Zij verwijst immers enkel naar feiten die zich hebben voorgedaan, maar geeft niet aan waarom deze BVM noodzakelijk zou zijn voor de orde of de veiligheid. De klachtencommissie meent bovendien dat de bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd als een verdoken tuchtsanctie. Dit wordt duidelijk door de motivering van de BVM. De BVM werd enkel gemotiveerd met een loutere verwijzing naar de RAD, oftewel met verwijzing naar feiten die zich reeds hebben voorgedaan. Dit wijst erop dat men eerder een sanctie voor ogen had en gaat voorbij aan het preventieve karakter van een BVM. De rechten van verdediging van klager werden dus geschonden door de keuze voor een BVM. Om deze redenen is de klacht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bijzondere veiligheidsmaatregel.
Wat betreft de klacht over het personeel:
Klager verwijst naar de attitude van het personeel en brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de directie ten aanzien van hem werd genomen. De klacht is niet-ontvankelijk.