KC20/24-0086
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Mechelen
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING- GEEN BESLISSING VAN DE DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - MEDISCH
De klacht betreft een tuchtbeslissing, de verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel en een medische aangelegenheid.
Wat betreft de klacht over de tuchtbeslissing:
Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen. Er is volgens de directie geen sprake van een tuchtbeslissing ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de klacht over de bijzondere veiligheidsmaatregel:
Klager beklaagt zich over de beslissing tot het verlengen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Uit het dossier van klager blijkt dat dit de bijzondere veiligheidsmaatregel van 22 juli 2024 betreft. De feiten die aanleiding geven tot de BVM (door de directie omschreven als “lawaaihinder en ordeverstoring”, “negeren aanmaningen personeel”, “beledigingen en bedreigingen”, etc.), zijn immers ook feiten die aanleiding kunnen geven tot een tuchtprocedure.
De klachtencommissie is van oordeel dat in de voorliggende situatie geen BVM, maar wel een tuchtsanctie had moeten worden opgelegd. Zij verwijst immers enkel naar feiten die zich hebben voorgedaan, maar geeft niet aan waarom deze BVM noodzakelijk zou zijn voor de orde of de veiligheid. De klachtencommissie meent bovendien dat de bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd als een verdoken tuchtsanctie. Dit wordt duidelijk door de motivering van de BVM. De BVM werd echter enkel gemotiveerd met een loutere verwijzing naar de RAD, oftewel met verwijzing naar feiten die zich reeds hebben voorgedaan. Dit wijst erop dat men eerder een sanctie voor ogen had en gaat voorbij aan het preventieve karakter van een BVM. De rechten van verdediging van klager werden geschonden door de keuze voor een BVM.
Om deze redenen is de klacht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bijzondere veiligheidsmaatregel van 22 juli 2024.
Wat betreft de medische klacht:
De klachtencommissie is niet bevoegd om klachten van medische aard te behandelen aangezien hieraan geen beslissingen van de directeur ten grondslag liggen. De inrichtingsarts en de medische dienst staan immers niet onder het gezag van de directie. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klacht betreft een tuchtbeslissing, de verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel en een medische aangelegenheid.
Wat betreft de klacht over de tuchtbeslissing:
Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen. Er is volgens de directie geen sprake van een tuchtbeslissing ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de klacht over de bijzondere veiligheidsmaatregel:
Klager beklaagt zich over de beslissing tot het verlengen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Uit het dossier van klager blijkt dat dit de bijzondere veiligheidsmaatregel van 22 juli 2024 betreft. De feiten die aanleiding geven tot de BVM (door de directie omschreven als “lawaaihinder en ordeverstoring”, “negeren aanmaningen personeel”, “beledigingen en bedreigingen”, etc.), zijn immers ook feiten die aanleiding kunnen geven tot een tuchtprocedure.
De klachtencommissie is van oordeel dat in de voorliggende situatie geen BVM, maar wel een tuchtsanctie had moeten worden opgelegd. Zij verwijst immers enkel naar feiten die zich hebben voorgedaan, maar geeft niet aan waarom deze BVM noodzakelijk zou zijn voor de orde of de veiligheid. De klachtencommissie meent bovendien dat de bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd als een verdoken tuchtsanctie. Dit wordt duidelijk door de motivering van de BVM. De BVM werd echter enkel gemotiveerd met een loutere verwijzing naar de RAD, oftewel met verwijzing naar feiten die zich reeds hebben voorgedaan. Dit wijst erop dat men eerder een sanctie voor ogen had en gaat voorbij aan het preventieve karakter van een BVM. De rechten van verdediging van klager werden geschonden door de keuze voor een BVM.
Om deze redenen is de klacht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bijzondere veiligheidsmaatregel van 22 juli 2024.
Wat betreft de medische klacht:
De klachtencommissie is niet bevoegd om klachten van medische aard te behandelen aangezien hieraan geen beslissingen van de directeur ten grondslag liggen. De inrichtingsarts en de medische dienst staan immers niet onder het gezag van de directie. De klacht is niet-ontvankelijk.