Ga verder naar de inhoud

KC20/24-0101

Gegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - SUBSIDIARITEIT

De klacht is gericht tegen de beslissing tot fouillering op het lichaam (naaktfouille) van 9 september 2024 van de directie van de gevangenis van Mechelen.

De Basiswet vereist voor een fouillering op het lichaam (‘naaktfouille) dat er individuele aanwijzingen bestaan dat een bepaalde gedetineerde in het bezit van verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties zou zijn. Voor een preventieve naaktfouille (dit wil zeggen zonder onmiddellijke aanleiding bestaande uit een verdachte handeling van de gedetineerde) kan de individuele aanwijzing onder meer bestaan uit een incident uit het recente verleden dat erop duidt dat de gedetineerde mogelijk zal trachten om een verboden voorwerp of substantie te manipuleren (aldus de nota ‘interpretatie begrip individuele aanwijzingen voor fouille’ dd. 10 september 2018 van de directeur-generaal EPI) .

De door de directie aangehaalde individuele aanwijzing in dit dossier bestaat uit de tuchtsanctie die klager kort voor het bezoek opliep nadat een verboden substantie op zijn (duo)cel was aangetroffen.

Weliswaar vormt dit wel degelijk een individuele aanwijzing over een gedrag dat de orde en de veiligheid in de gevangenis in het gedrang bracht: het feit waarvoor klager luttele dagen voordien was gesanctioneerd, wees op een reëel risico dat hij het bezoek zou benutten om opnieuw aan drugs te geraken, hetgeen dan weer het risico op verspreiding in de gevangenis met zich zou meebrengen.

De klachtencommissie stelt echter ook vast dat de directie in de motivering van haar beslissing geen redenen aangeeft waarom een fouillering aan de kledij in eerste instantie niet volstond om na te gaan of klager in het bezit was van voorwerpen of substanties die gevaarlijk konden zijn. Inderdaad is de fouillering op het lichaam subsidiair aan een fouillering aan de kledij: uit de samenlezing van artikel 108 §1 en §2 2de lid van de Basiswet volgt dat, wanneer er andere en minder ingrijpende methoden zijn voor het vinden van bepaalde goederen, moet de directie die eerst uitputten. Indien zij van mening is dat die methoden niet volstaan, moet zij motiveren waarom dit zo is.

De klacht is dus in dit opzicht gegrond zodat de klachtencommissie de beslissing vernietigt.

Een tegemoetkoming wordt niet toegekend daar de vernietiging van de beslissing op zich als genoegdoening dient te volstaan. De klachtencommissie houdt hier rekening met de hierboven gedane vaststelling dat de fouille haar reden vond in een gedrag van de betrokkene en met het feit dat de beslissing enkel wordt vernietigd wegens een motiveringsgebrek.