Ga verder naar de inhoud

KC20/24-0132

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De eerste klacht gaat over de beslissing tot fouillering op het lichaam van 10/12/2024. De tweede klacht gaat over de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Mechelen van 12/12/2024.

Over de beslissing tot fouillering op het lichaam:
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie hiermee enerzijds voldoende specifiek heeft uitgelegd wat concreet de individuele aanwijzingen zijn die doen vermoeden dat de gedetineerde in het bezit zou kunnen zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn, namelijk het herhaaldelijk signaal van de MDP. Anderzijds heeft de directie voldoende specifiek uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden. De klacht is om deze reden niet gegrond.

Over de tuchtbeslissing:
De aangevochten beslissing betreft in deze zaak een tuchtbeslissing van 12/12/2024. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 4 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de twee categorie, “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden”. In het tuchtdossier zijn twee rapporten aan de directeur terug te vinden, namelijk een RAD van 08/12/2024 (feiten om 12u45) en een RAD van 10/12/2024 (feiten om 9u20). De klachtencommissie is de mening toegedaan dat de directie de feiten kon omschrijven als voormelde kwalificatie. De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 15 dagen ATV. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting van 4 dagen ATV over als passend. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.