Ga verder naar de inhoud

KC20/25-0049

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - SANCTIE - MOTIVERING

De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 3 juni 2025. Hierin wordt beschreven hoe klager en een medegedetineerde in een gevecht verwikkeld waren. Verschillende gedetineerden kwamen tussen om de twee uit elkaar te halen. Ter tuchtzitting stelt klager dat hij omsingeld werd en van de bank werd afgetrokken, en dat hij enkel zijn benen uitstak om iedereen op afstand te houden. In zijn klacht stelt klager dat meerdere mensen hem aanvielen. Volgens de klachtencommissie zijn de vaststellingen in het RAD duidelijk en bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde één inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor het verbod om gedurende 10 dagen deel te nemen aan de gemeenschappelijke wandeling. Voor een inbreuk van de eerste categorie kan de bijzondere tuchtsanctie van het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband voor een maximumduur van 30 dagen opgelegd worden (artikel 133, 5° Basiswet). De opgelegde sanctie valt binnen de maximumduur. Een bijzondere tuchtsanctie moet daarnaast steeds in verband staan met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk (artikel 133 Basiswet). Klager kreeg het verbod opgelegd omdat hij de tuchtinbreuk beging op de gemeenschappelijke wandeling. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.