TUCHT
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Mechelen.
Aangezien de tuchtregeling in de Basiswet geen bijzondere bewijswaardering voorschrijft, kan de directeur voor het bewijs steunen op materiële vaststellingen, bekentenissen, getuigenissen of vermoedens, zolang hij bij zijn beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten tot een conclusie komt die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan. De directie mag in de motivering van de tuchtbeslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgestelde RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie ook aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties blijkt.
Drugs zijn een gekend probleem binnen de gevangenis en vormen een belangrijk gevaar voor de interne veiligheid binnen de gevangenis, zowel voor personeelsleden als voor gedetineerden. De directie is verantwoordelijk voor het behoud en beschermen van de veiligheid, zodat zij hiertegen adequaat moet kunnen optreden. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
Zij heeft haar discretionaire bevoegdheid niet overschreden in het bewezen achten van de feiten en de toerekening hiervan aan klager. Klager ontkent niet dat er verboden substanties (‘verdachte bruine substantie’) en een adapter van een oplaadkabel in zijn cel gevonden werden. Volgens de klachtencommissie zijn er voldoende elementen die erop wijzen dat hij minstens bij het plegen van deze tuchtinbreuk betrokken was.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuken van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 25 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Mechelen.
Aangezien de tuchtregeling in de Basiswet geen bijzondere bewijswaardering voorschrijft, kan de directeur voor het bewijs steunen op materiële vaststellingen, bekentenissen, getuigenissen of vermoedens, zolang hij bij zijn beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten tot een conclusie komt die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan. De directie mag in de motivering van de tuchtbeslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgestelde RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie ook aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties blijkt.
Drugs zijn een gekend probleem binnen de gevangenis en vormen een belangrijk gevaar voor de interne veiligheid binnen de gevangenis, zowel voor personeelsleden als voor gedetineerden. De directie is verantwoordelijk voor het behoud en beschermen van de veiligheid, zodat zij hiertegen adequaat moet kunnen optreden. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
Zij heeft haar discretionaire bevoegdheid niet overschreden in het bewezen achten van de feiten en de toerekening hiervan aan klager. Klager ontkent niet dat er verboden substanties (‘verdachte bruine substantie’) en een adapter van een oplaadkabel in zijn cel gevonden werden. Volgens de klachtencommissie zijn er voldoende elementen die erop wijzen dat hij minstens bij het plegen van deze tuchtinbreuk betrokken was.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuken van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 25 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten. Om deze redenen is de klacht ongegrond.