KC20/25-0084
Ongegrond
KC - Mechelen
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Fouille op het lichaam
CELCONTROLE - NAAKTFOUILLERING - VERBODEN VOORWERPEN
Klager stelt dat het vinden van een aansteker geen reden is om een celcontrole uit te voeren. De klachtencommissie stelt vast dat de celcontrole werd uitgevoerd binnen de uitoefening van de algemene toezichtsbevoegdheid. Een celcontrole kan geregeld plaatsvinden om na te gaan of de cel in kwestie in overeenstemming is met de in de gevangenis geldende regels. De klachtencommissie is van oordeel dat de bestreden celcontrole wettelijk was.
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn, namelijk de vondst van een verboden substantie bij de celcontrole. De klachtencommissie stelt vast dat uit het RAD inderdaad blijkt dat tijdens de celcontrole die dag verschillende verboden voorwerpen en substanties werden gevonden. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat klager in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn en waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
Klager stelt dat het vinden van een aansteker geen reden is om een celcontrole uit te voeren. De klachtencommissie stelt vast dat de celcontrole werd uitgevoerd binnen de uitoefening van de algemene toezichtsbevoegdheid. Een celcontrole kan geregeld plaatsvinden om na te gaan of de cel in kwestie in overeenstemming is met de in de gevangenis geldende regels. De klachtencommissie is van oordeel dat de bestreden celcontrole wettelijk was.
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn, namelijk de vondst van een verboden substantie bij de celcontrole. De klachtencommissie stelt vast dat uit het RAD inderdaad blijkt dat tijdens de celcontrole die dag verschillende verboden voorwerpen en substanties werden gevonden. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat klager in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn en waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.