Ga verder naar de inhoud

KC20/26-0012

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht
TUCHT

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en er geen betwisting bestaat over het feit dat klager niet wil wisselen van bed met zijn celgenoot. Uit het RAD blijkt dat klager driemaal het bevel van de beambte om te veranderen naar het bovenste stapelbed heeft genegeerd. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting legt klager uit dat hij zelf schrik heeft om te vallen. Hoewel de klachtencommissie begrip heeft voor het feit dat klager geschrokken is doordat zijn celgenoot uit het bovenste bed is gevallen, is zij van oordeel dat klager alsnog de bevelen van het personeel dient op te volgen. Het is voor de gevangenisdirectie onmogelijk om rekening te houden met alle wensen van gedetineerden over wie graag waar slaapt. Het penitentiaire landschap bestaat deels uit meerpersoonscellen met stapelbedden, waardoor het onmogelijk is voor de directie om – louter op wens van een gedetineerde – toe te staan dat alle bovenste bedden niet meer gebruikt zouden worden. Aangezien de celgenoot van klager gewond is, en bijgevolg een geldige medische reden heeft om niet meer bovenaan te liggen, is de beslissing om klager naar het bovenste bed te verhuizen, ook niet onredelijk of onbillijk. Klager heeft ook nergens in zijn klacht aangetoond dat hij zelf medische redenen zou hebben om niet bovenaan te kunnen slapen.

De klachtencommissie besluit hieruit dat klager verschillende kansen heeft gehad om de instructies van het personeel op te volgen, hetgeen hij alsnog heeft nagelaten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.