TUCHT
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 03/04/2026 van de directie van de gevangenis van Mechelen.
De directie heeft een tuchtsanctie van 30 dagen ATV opgelegd voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de orde, 2) het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen en 3) het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuken werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen o.a. tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijke straf van 30 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 03/04/2026 van de directie van de gevangenis van Mechelen.
De directie heeft een tuchtsanctie van 30 dagen ATV opgelegd voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de orde, 2) het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen en 3) het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuken werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen o.a. tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijke straf van 30 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.