TUCHT - BEWIJS
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- de opzettelijke aantasting van de orde, een tuchtinbreuk van eerste categorie en
- het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort, een tuchtinbreuk van tweede categorie.
Uit het verslag van de zitting blijkt dat klager aan de directie heeft gevraagd om hoe laat de vaststellingen werden gedaan. Volgens klager lag hij op dat tijdstip al te slapen want hij gebruikt slaapmedicatie. Volgens zijn advocaat kon het evengoed de celgenoot van klager zijn.
De klachtencommissie is van oordeel dat de vaststellingen in het RAD helder zijn geformuleerd. De klachtencommissie heeft bij de gevangenis geverifieerd of het klopt dat klager op het moment van de feiten een celgenoot had. De gevangenis bevestigde dit doch deze gedetineerde werd de dag na het RAD vrijgelaten. De klachtencommissie meent echter dat de vaststellingen in het RAD dermate concreet zijn geformuleerd door het aspect van de herhaling dat er geen twijfel over bestaat dat de vaststellingen wel degelijk betrekking hadden op klager en niet op zijn celgenoot. Klager ontkent de vaststellingen en werpt op dat hij op het moment van de feiten aan het slapen was omdat hij slaapmedicatie inneemt. Klager ondersteunt dit argument echter niet met een medisch attest waaruit moet blijken dat klager inderdaad slaapmedicatie heeft voorgeschreven gekregen. De klachtencommissie besluit daarom dat de directie de tuchtinbreuken terecht heeft bewezen verklaard en heeft toegerekend aan klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vier dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. Uit het tuchtregister van klager blijkt dat klager op 05.06.2026 een ATV-sanctie kreeg opgelegd wegens de vondst van een verdachte bruine substantie op cel alsook het veroorzaken van geluidsoverlast en het negeren van bevelen. Hiervoor kreeg hij een tuchtsanctie van tien dagen ATV vanaf 02.06.2026 tot 12.06.2026. In artikel 142 van de Basiswet is bepaald dat indien, tijdens zijn periode van afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte, de gedetineerde een nieuwe tuchtrechtelijke inbreuk pleegt, deze afzondering verlengd kan worden, op basis van een beslissing die genomen wordt overeenkomstig de in hoofdstuk V bepaalde procedure. De afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte kan als gevolg van deze opeenvolgende beslissingen enkel de dertig dagen overschrijden in geval van een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. In geen geval kan de afzondering vijfenveertig dagen overschrijden. Door de verlenging van de eerder opgelegde ATV-sanctie bedroeg de totale tuchtsanctie veertien dagen ATV zodat de opgelegde tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie redelijk en billijk was, zelfs mild, gelet op het feit dat klager nog maar recent voor geluidsoverlast was gesanctioneerd. Klager blijkt dus hardleers.
Om deze redenen zijn de klachten ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- de opzettelijke aantasting van de orde, een tuchtinbreuk van eerste categorie en
- het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort, een tuchtinbreuk van tweede categorie.
Uit het verslag van de zitting blijkt dat klager aan de directie heeft gevraagd om hoe laat de vaststellingen werden gedaan. Volgens klager lag hij op dat tijdstip al te slapen want hij gebruikt slaapmedicatie. Volgens zijn advocaat kon het evengoed de celgenoot van klager zijn.
De klachtencommissie is van oordeel dat de vaststellingen in het RAD helder zijn geformuleerd. De klachtencommissie heeft bij de gevangenis geverifieerd of het klopt dat klager op het moment van de feiten een celgenoot had. De gevangenis bevestigde dit doch deze gedetineerde werd de dag na het RAD vrijgelaten. De klachtencommissie meent echter dat de vaststellingen in het RAD dermate concreet zijn geformuleerd door het aspect van de herhaling dat er geen twijfel over bestaat dat de vaststellingen wel degelijk betrekking hadden op klager en niet op zijn celgenoot. Klager ontkent de vaststellingen en werpt op dat hij op het moment van de feiten aan het slapen was omdat hij slaapmedicatie inneemt. Klager ondersteunt dit argument echter niet met een medisch attest waaruit moet blijken dat klager inderdaad slaapmedicatie heeft voorgeschreven gekregen. De klachtencommissie besluit daarom dat de directie de tuchtinbreuken terecht heeft bewezen verklaard en heeft toegerekend aan klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vier dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. Uit het tuchtregister van klager blijkt dat klager op 05.06.2026 een ATV-sanctie kreeg opgelegd wegens de vondst van een verdachte bruine substantie op cel alsook het veroorzaken van geluidsoverlast en het negeren van bevelen. Hiervoor kreeg hij een tuchtsanctie van tien dagen ATV vanaf 02.06.2026 tot 12.06.2026. In artikel 142 van de Basiswet is bepaald dat indien, tijdens zijn periode van afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte, de gedetineerde een nieuwe tuchtrechtelijke inbreuk pleegt, deze afzondering verlengd kan worden, op basis van een beslissing die genomen wordt overeenkomstig de in hoofdstuk V bepaalde procedure. De afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte kan als gevolg van deze opeenvolgende beslissingen enkel de dertig dagen overschrijden in geval van een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. In geen geval kan de afzondering vijfenveertig dagen overschrijden. Door de verlenging van de eerder opgelegde ATV-sanctie bedroeg de totale tuchtsanctie veertien dagen ATV zodat de opgelegde tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie redelijk en billijk was, zelfs mild, gelet op het feit dat klager nog maar recent voor geluidsoverlast was gesanctioneerd. Klager blijkt dus hardleers.
Om deze redenen zijn de klachten ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.