TUCHT - CAMERABEELDEN - VERMOEDEN VAN ONSCHULD - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
Hoewel in principe een RAD, bij gebrek aan tegenindicaties, voor de gevangenisdirecteur een deugdelijke grondslag kan vormen om het bestaan en de ernst van bepaalde feiten te beoordelen, acht de Klachtencommissie het in deze zaak onzorgvuldig dat de directie de camerabeelden niet heeft bekeken (of minstens heeft nagegaan of er deugdelijke beelden beschikbaar waren). Gelet op de aard van de betwisting in casu (conflict volgend op een al dan niet opzettelijke duw door een personeelslid) strekt het volgens de Klachtencommissie tot aanbeveling dat de directie voortaan in gelijkaardige gevallen camerabeelden zou raadplegen.
In het licht van het vermoeden van onschuld strekt het volgens de Klachtencommissie tot aanbeveling dat de directie zich ter tuchtzitting van tendentieus taalgebruik onthoudt, dit om absoluut te vermijden dat, zeker in hoofde van de gedetineerde, de perceptie ontstaat dat het vermoeden van onschuld niet gerespecteerd wordt.
De Klachtencommissie acht de motivering van de tuchtbeslissing gebrekkig op verschillende punten:
- De Klachtencommissie kan uit deze motivatie van de tuchtbeslissing onvoldoende afleiden waarop de directeur zich baseerde om de aan klager ten laste gelegde inbreuken als bewezen te beschouwen. De motivering zegt enkel “er zijn voldoende elementen om het geschreven rapport als waarheid aan te nemen”. Deze elementen worden niet nader toegelicht. Het element van de getuige lijkt daar nog naast te bestaan (cfr. gebruik van het woord “tevens”, dat zoveel betekent als “daarbij, daarnaast, eveneens”). De zorgvuldigheid van de feitenvinding komt hiermee dan ook op de helling.
- De Klachtencommissie kan uit deze motivatie onvoldoende afleiden voor welke feiten men klager heeft willen bestraffen. Het RAD d.d. 8 juni 2021 bevat immers verscheidene aspecten. Men somt enkel de inbreuken op maar verbindt deze niet met enige materiële vaststellingen uit het RAD.
- De Klachtencommissie kan uit deze motivatie niet afleiden welke elementen de aard en de omvang van de tuchtsanctie verantwoorden. Er wordt enkel aangehaald dat er twee voorwaardelijke sancties mee in uitvoering worden gebracht.
De Klachtencommissie oordeelt dat de motivering van de tuchtbeslissing niet voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt een tegemoetkoming van vijfentwintig (25) videogesprekken en vijfentwintig (25) extra wandelingen bovenop het wettelijk minimum.
Hoewel in principe een RAD, bij gebrek aan tegenindicaties, voor de gevangenisdirecteur een deugdelijke grondslag kan vormen om het bestaan en de ernst van bepaalde feiten te beoordelen, acht de Klachtencommissie het in deze zaak onzorgvuldig dat de directie de camerabeelden niet heeft bekeken (of minstens heeft nagegaan of er deugdelijke beelden beschikbaar waren). Gelet op de aard van de betwisting in casu (conflict volgend op een al dan niet opzettelijke duw door een personeelslid) strekt het volgens de Klachtencommissie tot aanbeveling dat de directie voortaan in gelijkaardige gevallen camerabeelden zou raadplegen.
In het licht van het vermoeden van onschuld strekt het volgens de Klachtencommissie tot aanbeveling dat de directie zich ter tuchtzitting van tendentieus taalgebruik onthoudt, dit om absoluut te vermijden dat, zeker in hoofde van de gedetineerde, de perceptie ontstaat dat het vermoeden van onschuld niet gerespecteerd wordt.
De Klachtencommissie acht de motivering van de tuchtbeslissing gebrekkig op verschillende punten:
- De Klachtencommissie kan uit deze motivatie van de tuchtbeslissing onvoldoende afleiden waarop de directeur zich baseerde om de aan klager ten laste gelegde inbreuken als bewezen te beschouwen. De motivering zegt enkel “er zijn voldoende elementen om het geschreven rapport als waarheid aan te nemen”. Deze elementen worden niet nader toegelicht. Het element van de getuige lijkt daar nog naast te bestaan (cfr. gebruik van het woord “tevens”, dat zoveel betekent als “daarbij, daarnaast, eveneens”). De zorgvuldigheid van de feitenvinding komt hiermee dan ook op de helling.
- De Klachtencommissie kan uit deze motivatie onvoldoende afleiden voor welke feiten men klager heeft willen bestraffen. Het RAD d.d. 8 juni 2021 bevat immers verscheidene aspecten. Men somt enkel de inbreuken op maar verbindt deze niet met enige materiële vaststellingen uit het RAD.
- De Klachtencommissie kan uit deze motivatie niet afleiden welke elementen de aard en de omvang van de tuchtsanctie verantwoorden. Er wordt enkel aangehaald dat er twee voorwaardelijke sancties mee in uitvoering worden gebracht.
De Klachtencommissie oordeelt dat de motivering van de tuchtbeslissing niet voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt een tegemoetkoming van vijfentwintig (25) videogesprekken en vijfentwintig (25) extra wandelingen bovenop het wettelijk minimum.