TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - SANCTIE
De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten zoals opgenomen in het RAD van 27 oktober 2022 bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als een inbreuk van artikel 129, 4° Basiswet (inbreuk van de eerste categorie) niet correct. Volgens de klachtencommissie maakte klager zich met het springen over de omheining schuldig aan het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden (artikel 130, 4° Basiswet; inbreuk van de tweede categorie). De klachtencommissie beslist dan ook om de tuchtbeslissing op dit punt te vernietigen en de feiten als zodanig te herkwalificeren. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten van het (proberen) doorgeven van bepaalde voorwerpen met het touwtje als een inbreuk van artikel 130, 2° Basiswet wél correct. De directie verwijst daarbij in de motivering zowel naar de feiten als naar de passage van het huishoudelijk reglement waarop klager een inbreuk pleegde. De klachtencommissie acht die kwalificatie dan ook voldoende gemotiveerd.
Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143, §2 Basiswet). In de tuchtbeslissing werd klager voor de samenloop van de inbreuk van de eerste categorie (fout gekwalificeerd, zie vorig punt) en de inbreuk van de tweede categorie gesanctioneerd met een sanctie van 10 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat er na herkwalificatie sprake is van twee inbreuken van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van vijftien dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de sanctie van 10 dagen ATV zowel wettelijk als redelijk, en dit ook na de herkwalificatie die volgens haar moet doorgevoerd worden (zie vorig punt). De oorspronkelijk opgelegde en reeds uitgevoerde tuchtsanctie kan dan ook overeind blijven. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten zoals opgenomen in het RAD van 27 oktober 2022 bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als een inbreuk van artikel 129, 4° Basiswet (inbreuk van de eerste categorie) niet correct. Volgens de klachtencommissie maakte klager zich met het springen over de omheining schuldig aan het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden (artikel 130, 4° Basiswet; inbreuk van de tweede categorie). De klachtencommissie beslist dan ook om de tuchtbeslissing op dit punt te vernietigen en de feiten als zodanig te herkwalificeren. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten van het (proberen) doorgeven van bepaalde voorwerpen met het touwtje als een inbreuk van artikel 130, 2° Basiswet wél correct. De directie verwijst daarbij in de motivering zowel naar de feiten als naar de passage van het huishoudelijk reglement waarop klager een inbreuk pleegde. De klachtencommissie acht die kwalificatie dan ook voldoende gemotiveerd.
Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143, §2 Basiswet). In de tuchtbeslissing werd klager voor de samenloop van de inbreuk van de eerste categorie (fout gekwalificeerd, zie vorig punt) en de inbreuk van de tweede categorie gesanctioneerd met een sanctie van 10 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat er na herkwalificatie sprake is van twee inbreuken van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van vijftien dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de sanctie van 10 dagen ATV zowel wettelijk als redelijk, en dit ook na de herkwalificatie die volgens haar moet doorgevoerd worden (zie vorig punt). De oorspronkelijk opgelegde en reeds uitgevoerde tuchtsanctie kan dan ook overeind blijven. De klacht is gegrond.