TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De directie verwijst in haar motivering naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting (“…uit zijn heldere toelichting…”). Hiermee zegt zij niets over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Voorts verwijst de directie ook naar de deelname van klager aan het gewone regime. Ook dit is niet afdoende. Dat iemand deelneemt aan het gewone regime doet geen afbreuk aan de rechterlijke uitspraken op grond waarvan hij geïnterneerd werd (cfr. RvS nr. 251.295 van 22 juli 2021). De directie motiveert aldus niet waarom ze klager in het voorliggend dossier verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. Ze spreekt zich immers niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
De klachtencommissie herhaalt haar standpunt dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, met name de vraag of de persoon op het moment van de feiten over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen, een zeer moeilijke beoordeling is die volgens haar niet op adequate wijze door de directie kan gebeuren, nu er ontegensprekelijk een medische component mee gemoeid is. Artikel 144 §1 in fine Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. In het voorliggend dossier impliceerde deze verplichting volgens de klachtencommissie dat de directie zich een advies van de arts inzake de toerekenbaarheid moest laten bezorgen. De klachtencommissie wijst in dat kader ook op de recente communicatie van 2 december 2022 van DG EPI hierover (“Tuchtprocedure geïnterneerden na arrest RvS”), die in dergelijk geval eveneens een advies van de PSD-psychiater voorschrijft.
De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De directie verwijst in haar motivering naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting (“…uit zijn heldere toelichting…”). Hiermee zegt zij niets over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Voorts verwijst de directie ook naar de deelname van klager aan het gewone regime. Ook dit is niet afdoende. Dat iemand deelneemt aan het gewone regime doet geen afbreuk aan de rechterlijke uitspraken op grond waarvan hij geïnterneerd werd (cfr. RvS nr. 251.295 van 22 juli 2021). De directie motiveert aldus niet waarom ze klager in het voorliggend dossier verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. Ze spreekt zich immers niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
De klachtencommissie herhaalt haar standpunt dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, met name de vraag of de persoon op het moment van de feiten over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen, een zeer moeilijke beoordeling is die volgens haar niet op adequate wijze door de directie kan gebeuren, nu er ontegensprekelijk een medische component mee gemoeid is. Artikel 144 §1 in fine Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. In het voorliggend dossier impliceerde deze verplichting volgens de klachtencommissie dat de directie zich een advies van de arts inzake de toerekenbaarheid moest laten bezorgen. De klachtencommissie wijst in dat kader ook op de recente communicatie van 2 december 2022 van DG EPI hierover (“Tuchtprocedure geïnterneerden na arrest RvS”), die in dergelijk geval eveneens een advies van de PSD-psychiater voorschrijft.