Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0157

Ongegrond Gegrond Onontvankelijk KC - Merksplas Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht Geen beslissing directeur
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - TEGEMOETKOMING - TELEFONIE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID

Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing. Klager erkent de feiten grotendeels, maar kadert zijn reactie in het gegeven dat hij telkens maar kort kan bellen. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet) en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van het gegeven dat betrokkene handelde vanuit zijn “wil om te bellen”. Dit is belangrijk voor hem en hij raakt daardoor sterk gefrustreerd en reageert dan fout. De directie stelt dat dit blijkt uit het RAD en de uitleg die klager ter tuchtzitting geeft. De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Dat klager nadien (ter tuchtzitting) een heldere uitleg geeft of zelfs schuldinzicht vertoont, zegt niets over zijn toestand op het ogenblik van de feiten. Door te verwijzen naar het RAD spreekt de directie zich wél uit over de toestand van klager op het moment van de feiten. Uit het RAD blijkt inderdaad de wil om te bellen en de bijhorende (foute) uiting van frustratie blijkt. Hieruit blijkt volgens de klachtencommissie echter niet dat klager deze uiting onder controle zou hebben. De klachtencommissie verwijst naar het RAD van 18 oktober 2023 waarin gesteld wordt dat het gesprek met klager wordt afgerond omdat klager “niet voor rede vatbaar is”. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming eenmaal extra videobellen.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat tijdens de uitvoering van de ATV zijn videocall niet doorging. Tijdens de uitvoering van de ATV wordt het gebruik van de telefoon (behoudens naar de advocaat) beperkt tot één telefoongesprek per week (art. 140 §2, vijfde lid Basiswet). Volgens de klachtencommissie was het niet-doorgaan van de videocall op zich geen inbreuk op het recht van klager om één telefoongesprek per week te mogen voeren. Klager diende zijn klacht reeds op dag één van de uitvoering van de ATV in, waardoor niet kan besloten worden dat op het moment van indiening van de klacht dit recht geschonden werd. De klacht is ongegrond.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat al zijn voorwerpen die hij aankocht in een andere gevangenis werden gedeponeerd en hij ook geen eigen kledij krijgt. Klager stelt dat er voorwerpen verdwenen of kapot zijn. In de klacht dient men zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager allerminst duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt geen datum van enige beslissing. Bovendien specificeert hij niet over welke voorwerpen het gaat. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie verwijst naar de procedure inzake schade aan voorwerpen van gedetineerden (Collectieve Brief nr. 133).

Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij overgeplaatst werd naar de gevangenis van Merksplas, nu deze moeilijk bereikbaar is voor zijn bezoekers. Een beslissing tot overplaatsing wordt genomen door ambtenaren van de penitentiaire administratie die daartoe door de directeur-generaal worden aangewezen (artikel 18 §1 Basiswet). Dergelijke beslissing is dus geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat zijn moeder de toegang werd geweigerd omdat ze zich tien minuten te laat aandiende voor het bezoek. De klachtencommissie meent dat er sprake is van de toepassing van het huishoudelijk reglement ten aanzien van de bezoekster. Er is dan ook geen sprake van een beslissing ten aanzien van de gedetineerde in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij de cellen in Merksplas te klein vindt, zeker in vergelijking met de gang. Een klacht over de algemene infrastructuur in Merksplas behoort niet tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.