Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0158

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID

De klachtencommissie acht de beslissing tot fouillering op het lichaam gebrekkig op drie punten:
(1) De motivering strookt niet met hetgeen blijkens het RAD visueel werd vastgesteld. In het voorliggend dossier kon men blijkens het RAD vaststellen dat klager een “opgewikkeld stuk toiletpapier” aannam. In de motivering wordt hiervan gemaakt dat klager “een substantie opraapt”.

(2) De directie motiveert onvoldoende waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat. De meest ingrijpende maatregel, de fouillering op het lichaam, mag slechts in subsidiaire orde worden gebruikt, voor zover het nagestreefde doel niet door andere minder ingrijpende middelen kan worden bereikt. Een onderzoek aan de kledij had volgens de klachtencommissie in eerste instantie mogelijks kunnen volstaan om een prop toiletpapier te recupereren. Nadien had men nog tot een fouillering op het lichaam kunnen besluiten. In het voorliggend dossier maakte de directie volgens de klachtencommissie gebruik van een standaardmotivering om deze stap over te slaan.

(3) De chronologie van de gebeurtenissen klopt niet. Volgens de beslissing werd er reeds om 8u55 besloten tot een fouillering op het lichaam (uitvoering om 9u20). Nochtans deden de feiten naar aanleiding waarvan de fouillering, althans volgens de motivering ervan, werd opgelegd, zich blijkens het RAD van 23 oktober 2023 pas voor om 9u40. De chronologie van het hele gebeuren klopt dan ook niet.

De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.

Klager haalde ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Hij gaf de feiten immers toe (aannemen van toiletpapier), doch vergoelijkt ze door te stellen dat hij hiermee het fitnesstoestel wou afdrogen. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) Tijdens de tuchtzitting kan klager zijn beweegredenen coherent en helder uitleggen. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) Er zijn geen aanwijzingen in het RAD dat klager op het moment van de feiten ontoerekenbaar was. De directie leidt hieruit af dat klager zijn handelen doelbewust plande. De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich, door te verwijzen naar het RAD, terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het RAD dient dan ook geen aanwijzingen in die zin te bevatten, aangezien de ontoerekenbaarheid verondersteld wordt. Het komt net aan de directie toe om te motiveren waarom ze de specifieke feiten wél toerekenbaar acht. De toevoeging “hij plande doelbewust zijn handelen” is volgens de klachtencommissie eerder een stijlclausule die op generlei wijze gestaafd wordt door het RAD in kwestie. Dit element is dan ook niet afdoende. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden tuchtbeslissing wordt vernietigd.