KC21/24-0054
Ongegrond
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TUCHT - TEGEMOETKOMING
De klachtencommissie vindt de motivering van de eerste maatregel, die werd opgelegd op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet) gebrekkig in zoverre ze voorafgegaan wordt door de zinsnede “gelet op het gevaar voor de orde of de veiligheid”. Deze zinsnede verwijst immers naar artikel 145, §1, tweede lid Basiswet.
De tweede maatregel werd vervolgens opgelegd als automatisch ‘gevolg’ van de eerste maatregel. Op basis van de rechtsgrond van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet) kan de directie nochtans enkel overgaan tot het opleggen van de in artikel 112, §1, 4° en 5° Basiswet bedoelde bijzondere veiligheidsmaatregelen, zijnde de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (4°) of de onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn (5°). De directie legde ook de uitsluiting van alle gemeenschappelijke activiteiten in het bijzijn van een welbepaalde medegedetineerde op. Deze maatregel valt onder artikel 112, §1, 2° Basiswet, zodat de directie ze enkel kon opleggen indien ze het gevaar voor de orde of de veiligheid (artikel 145, §1, tweede lid Basiswet) had aangekruist én gemotiveerd. Deze tweede rechtsgrond werd noch aangekruist, noch gemotiveerd. Omwille van deze onnauwkeurigheden doorstaat de voorlopige maatregel de toets van artikel 145, §1 j° artikel 8 Basiswet niet. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra wandeling.
Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat, hoewel klager zowel ter tuchtzitting als in zijn klacht volhoudt dat hij het voor zijn eigen veiligheid deed, en dus quasi ‘gedwongen’ werd door zijn celgenoot, uit het RAD toch eerder blijkt dat het klager was die de situatie naar zijn hand probeerde te zetten en een celmutatie poogde af te dwingen door zijn spullen alvast uit de cel te verwijderen. De klachtencommissie acht de kwalificatie dan ook correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 7 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie vindt de motivering van de eerste maatregel, die werd opgelegd op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet) gebrekkig in zoverre ze voorafgegaan wordt door de zinsnede “gelet op het gevaar voor de orde of de veiligheid”. Deze zinsnede verwijst immers naar artikel 145, §1, tweede lid Basiswet.
De tweede maatregel werd vervolgens opgelegd als automatisch ‘gevolg’ van de eerste maatregel. Op basis van de rechtsgrond van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet) kan de directie nochtans enkel overgaan tot het opleggen van de in artikel 112, §1, 4° en 5° Basiswet bedoelde bijzondere veiligheidsmaatregelen, zijnde de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (4°) of de onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn (5°). De directie legde ook de uitsluiting van alle gemeenschappelijke activiteiten in het bijzijn van een welbepaalde medegedetineerde op. Deze maatregel valt onder artikel 112, §1, 2° Basiswet, zodat de directie ze enkel kon opleggen indien ze het gevaar voor de orde of de veiligheid (artikel 145, §1, tweede lid Basiswet) had aangekruist én gemotiveerd. Deze tweede rechtsgrond werd noch aangekruist, noch gemotiveerd. Omwille van deze onnauwkeurigheden doorstaat de voorlopige maatregel de toets van artikel 145, §1 j° artikel 8 Basiswet niet. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra wandeling.
Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat, hoewel klager zowel ter tuchtzitting als in zijn klacht volhoudt dat hij het voor zijn eigen veiligheid deed, en dus quasi ‘gedwongen’ werd door zijn celgenoot, uit het RAD toch eerder blijkt dat het klager was die de situatie naar zijn hand probeerde te zetten en een celmutatie poogde af te dwingen door zijn spullen alvast uit de cel te verwijderen. De klachtencommissie acht de kwalificatie dan ook correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 7 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.