Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0062

Ongegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in twee RAD’s van 13 mei 2024. Ter tuchtzitting stelt klager dat de vuilbak al kapot was. Hij erkent er tegen gestampt te hebben, maar niet zo hard dat deze kapot ging. Over de verduistering stelt hij al eerder melding gedaan te hebben dat deze scheef hing. Klager beweert dat hij er niets aan gedaan kan hebben omdat het systeem zo hoog hangt. Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de RAD’s. De klachtencommissie meent dat de directie tot een conclusie kwam die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaat. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.