TUCHT - MOTIVERING
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 21 mei 2024. Ter tuchtzitting ontkent klager de feiten. Hij stelt dat hij niet de USB-stick maar wel een muntje inslikte. De klachtencommissie acht dit zeer onwaarschijnlijk, gelet op de nauwkeurige en chronologische beschrijving van het gebeurde en het gegeven dat de beambte de cel net betrad om de USB-stick in beslag te nemen. De klachtencommissie acht het onwaarschijnlijk dat klager zich net op dát ogenblik richting tv bewoog en daarbij een muntje inslikte. Bovendien zou dat ook niet het lot van de USB-stick, die door de beambte duidelijk werd waargenomen, verklaren. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD. De klachtencommissie wenst wel het volgende op te merken inzake de zin uit de motivering die luidt: “Bovendien worden vier Pba’s als getuigen opgegeven in het rapport.”. Deze zin geeft de realiteit enigszins ongenuanceerd weer. Aangezien de zin technisch gezien echter correct is, en er andere elementen worden aangehaald die de besluitvorming van de directie ondersteunen, meent de klachtencommissie dat deze onnauwkeurigheid geen gevolgen dient te genereren inzake de geldigheid van de beslissing. De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie. Klager kreeg 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 21 mei 2024. Ter tuchtzitting ontkent klager de feiten. Hij stelt dat hij niet de USB-stick maar wel een muntje inslikte. De klachtencommissie acht dit zeer onwaarschijnlijk, gelet op de nauwkeurige en chronologische beschrijving van het gebeurde en het gegeven dat de beambte de cel net betrad om de USB-stick in beslag te nemen. De klachtencommissie acht het onwaarschijnlijk dat klager zich net op dát ogenblik richting tv bewoog en daarbij een muntje inslikte. Bovendien zou dat ook niet het lot van de USB-stick, die door de beambte duidelijk werd waargenomen, verklaren. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD. De klachtencommissie wenst wel het volgende op te merken inzake de zin uit de motivering die luidt: “Bovendien worden vier Pba’s als getuigen opgegeven in het rapport.”. Deze zin geeft de realiteit enigszins ongenuanceerd weer. Aangezien de zin technisch gezien echter correct is, en er andere elementen worden aangehaald die de besluitvorming van de directie ondersteunen, meent de klachtencommissie dat deze onnauwkeurigheid geen gevolgen dient te genereren inzake de geldigheid van de beslissing. De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie. Klager kreeg 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.