Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0071

Ongegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE

Het gegeven dat klager door de beroepscommissie in zijn functie van havenpoetser hersteld werd (BC/23-0347), belet volgens de klachtencommissie niet dat de directie hem (meteen) opnieuw uit deze functie kan ontslaan indien er nieuwe elementen zijn waaruit blijkt dat klager ongeschikt is voor het uitoefenen van de functie.

De directie lijst de vereisten voor de functie van havenpoetser op en motiveert dat klager mede door zijn medisch-psychiatrische toestand, maar ook gedragsmatig, niet aan al deze punten voldoet. De directie verwijst naar drie elementen:

1) De rol van klager in een collectieve actie van midden april (buiten blijven van de wandeling) maakt dat hij niet meer in aanmerking komt voor een vertrouwensfunctie. Klager zijn betrokkenheid wordt gestaafd met zowel een verslag van het horen in het kader van een BVM van 28/03 als een verslag van de tuchtzitting van 12/04.
2) De houding van klager, met name het gegeven dat hij niet altijd beleefd en vriendelijk in de omgang is, maakt dat hij niet beantwoord aan de vereisten. Dit element wordt gestaafd aan de hand van de observatiefiche.
3) Zijn zuchtigheid naar medicatie laat eveneens niet toe om paviljoen overschrijdende vrijheid toe te staan. Dit element, dat van medische aard is en waarvoor klager opgevolgd wordt door de psychiater, werd niet met documenten gestaafd.

De klachtencommissie acht de elementen uit de motivering voldoende zwaarwichtig om het ontslag van klager te verantwoorden. Ze ziet ook geen redenen om te twijfelen aan de waarachtigheid ervan nu de schriftelijke stukken twee van de drie elementen onderschrijven. De motivering stelt klager bovendien in staat de redenen van zijn ontslag te begrijpen.

De klachtencommissie acht het ontslag dan ook wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.