Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0119

Gegrond Tegemoetkoming KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING

De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de drie RAD’s op datum van 5 september 2024. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van deze RAD’s. De directie kon de daarin opgenomen feiten (gooien van de bril en bevuilen van de gang met etensresten) dan ook als bewezen beschouwen.
De klachtencommissie merkt op dat de directie in de tuchtbeslissing enkel ingaat op het gooien van de bril enerzijds en het bevuilen van de gang anderzijds. Voor andere elementen uit de RAD’s (negeren van de vraag van een beambte en deze op ongepaste wijze toespreken, het dichtslaan van de celdeur…) werd klager niet gesanctioneerd.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet); De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct. De klachtencommissie stelt vast dat enkel het eerste feit als een inbreuk werd gekwalificeerd. Welke inbreuk het bevuilen op de gang zou uitmaken wordt niet gespecificeerd (noch via aankruising, noch via benoeming in de motivering). Nochtans werd klager er finaal wel voor gesanctioneerd (“De sanctie van 7 dagen ATV staat in verhouding tot de gepleegde inbreuken.”). De klachtencommissie acht de beslissing dan ook gebrekkig op dit punt.

In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar de uitleg van klager ter tuchtzitting en de beschrijving van de feiten in het RAD, waaruit volgens de directie een “doelbewuste actie” blijkt. De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich met het tweede element, door te verwijzen naar het RAD, terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten. De klachtencommissie stelt echter vast dat het RAD weliswaar de gebeurtenissen nauwgezet omschrijft, maar daarbij niet ingaat op de de geestesgesteldheid van klager op dat ogenblik. De directie maakt dan ook voornamelijk gebruik van de verklaringen van klager op het ogenblik van de tuchtzitting om te besluiten dat hij op het ogenblik van de feiten voldoende helder van geest was om een tuchtsanctie te rechtvaardigen. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt 60 belminuten als tegemoetkoming.