TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK
De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Hierin wordt beschreven hoe klager pas om 7u30 meldde dat hij niet zou gaan werken omwille van ziekte. Bij de opening had hij hiervan geen melding gemaakt en ook geen dokter aangevraagd. Klager stelde ter tuchtzitting dat hij om 7u30 wakker werd en zich niet goed genoeg voelde om te gaan werken. Hij erkende daarmee dat hij zijn ziekte niet vóór 7u gemeld had. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie niet correct. Ze herkwalificeert de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat klager zijn wekker pas om 7u30 zette, waardoor hij door eigen toedoen niet in de mogelijkheid was om een tijdige melding te doen. Klager overtrad dan ook de regel van het huishoudelijk reglement die stelt dat een afwezigheid in het werkhuis door ziekte vóór 7u gemeld moet worden.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. Na herkwalificatie betreft het een inbreuk van de tweede categorie. Klager kreeg een sanctie van 5 dagen ATV. Ook na de nodige herkwalificatie (zie vorig punt) acht de klachtencommissie deze sanctie wettelijk en redelijk.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing gedeeltelijk (aankruising en deel van de motivering) voor wat betreft de kwalificatie van de feiten als een inbreuk van artikel 129, 5° Basiswet. Ze stelt haar beslissing op dit punt in de plaats en kwalificeert de feiten als een inbreuk van artikel 130, 2° Basiswet. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie.
De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Hierin wordt beschreven hoe klager pas om 7u30 meldde dat hij niet zou gaan werken omwille van ziekte. Bij de opening had hij hiervan geen melding gemaakt en ook geen dokter aangevraagd. Klager stelde ter tuchtzitting dat hij om 7u30 wakker werd en zich niet goed genoeg voelde om te gaan werken. Hij erkende daarmee dat hij zijn ziekte niet vóór 7u gemeld had. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie niet correct. Ze herkwalificeert de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat klager zijn wekker pas om 7u30 zette, waardoor hij door eigen toedoen niet in de mogelijkheid was om een tijdige melding te doen. Klager overtrad dan ook de regel van het huishoudelijk reglement die stelt dat een afwezigheid in het werkhuis door ziekte vóór 7u gemeld moet worden.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. Na herkwalificatie betreft het een inbreuk van de tweede categorie. Klager kreeg een sanctie van 5 dagen ATV. Ook na de nodige herkwalificatie (zie vorig punt) acht de klachtencommissie deze sanctie wettelijk en redelijk.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing gedeeltelijk (aankruising en deel van de motivering) voor wat betreft de kwalificatie van de feiten als een inbreuk van artikel 129, 5° Basiswet. Ze stelt haar beslissing op dit punt in de plaats en kwalificeert de feiten als een inbreuk van artikel 130, 2° Basiswet. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie.