ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING
Klager werd bij ordemaatregel van 4 november 2024 ontslagen uit zijn functie bij de drukkerij. De directie motiveerde de ontslagbeslissing door te stellen dat klager meermaals betrapt werd op het roken van marihuana, hetgeen gevaren met zich meebrengt in een werkhuis. De klachtencommissie acht de motivering van de ontslagbeslissing gebrekkig, gelet op de volgende elementen:
- Hoewel de motivering spreekt over “meermaals betrapt werd”, gaat het blijkens het verweer om loutere geurwaarneming en de visuele vaststelling dat klager zijn ogen ’s ochtends een keer half gesloten waren (hetgeen ook aan moeheid kan toegeschreven worden). Bovendien deed deze geurwaarneming zich voor in het rooklokaal van het werkhuis, waar klager naar alle waarschijnlijkheid niet als enige gebruik van maakt. Volgens de klachtencommissie kan dit alles dan ook bezwaarlijk als “betrapping” omschreven worden.
- Er wordt niet vermeld wanneer deze vaststellingen werden gedaan. De vaststellingen worden door geen enkel schriftelijk document (meldingsverslag of RAD) gesteund. In haar verweer spreekt de directie op vage wijze over “meermaals” en “eenmaal”.
Volgens de klachtencommissie werd de ontslagbeslissing dan ook niet afdoende gemotiveerd. De ontslagbeslissing lijkt bovendien met een bestraffende insteek te zijn opgelegd, teneinde klager op een laagdrempelige manier te kunnen sanctioneren voor een mogelijke tuchtinbreuk waarvoor er onvoldoende bewijs kon worden bijgebracht. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.
Klager werd bij ordemaatregel van 4 november 2024 ontslagen uit zijn functie bij de drukkerij. De directie motiveerde de ontslagbeslissing door te stellen dat klager meermaals betrapt werd op het roken van marihuana, hetgeen gevaren met zich meebrengt in een werkhuis. De klachtencommissie acht de motivering van de ontslagbeslissing gebrekkig, gelet op de volgende elementen:
- Hoewel de motivering spreekt over “meermaals betrapt werd”, gaat het blijkens het verweer om loutere geurwaarneming en de visuele vaststelling dat klager zijn ogen ’s ochtends een keer half gesloten waren (hetgeen ook aan moeheid kan toegeschreven worden). Bovendien deed deze geurwaarneming zich voor in het rooklokaal van het werkhuis, waar klager naar alle waarschijnlijkheid niet als enige gebruik van maakt. Volgens de klachtencommissie kan dit alles dan ook bezwaarlijk als “betrapping” omschreven worden.
- Er wordt niet vermeld wanneer deze vaststellingen werden gedaan. De vaststellingen worden door geen enkel schriftelijk document (meldingsverslag of RAD) gesteund. In haar verweer spreekt de directie op vage wijze over “meermaals” en “eenmaal”.
Volgens de klachtencommissie werd de ontslagbeslissing dan ook niet afdoende gemotiveerd. De ontslagbeslissing lijkt bovendien met een bestraffende insteek te zijn opgelegd, teneinde klager op een laagdrempelige manier te kunnen sanctioneren voor een mogelijke tuchtinbreuk waarvoor er onvoldoende bewijs kon worden bijgebracht. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.