TUCHT - GEÏNTERNEERDE - MOTIVERING
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 07.02.2025, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Merksplas.
Klager werd op 07.02.2025 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een tuchtinbreuk van tweede categorie. De aanleiding voor deze tuchtrechtelijke veroordeling was een rapport aan de directeur (RAD) van 05.02.2025. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen van het personeelslid ontkende. Volgens hem moest hij luider spreken tegen de beambte omdat de muziek zo luid stond. Maar hij had de muziek niet zo luid gezet. Ze riepen ook niet naar elkaar maar ze motiveerden elkaar enkel. Klager ontkende ook de uitspraken te hebben gedaan zoals weergegeven in het RAD. De directie achtte de feiten toch bewezen in hoofde van klager.
In het voorliggend dossier stelt de directie in de motivering van de tuchtbeslissing dat de feiten wel degelijk aan klager konden worden aangerekend. Vervolgens herhaalt de directie in de motivering de vaststellingen in het RAD. Wat de argumenten van de directie zijn om daaruit te besluiten dat klager op het moment van de feiten over voldoende oordeelsvermogen beschikte, is niet duidelijk. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd. Om deze reden is de klacht gegrond.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 07.02.2025, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Merksplas.
Klager werd op 07.02.2025 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een tuchtinbreuk van tweede categorie. De aanleiding voor deze tuchtrechtelijke veroordeling was een rapport aan de directeur (RAD) van 05.02.2025. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen van het personeelslid ontkende. Volgens hem moest hij luider spreken tegen de beambte omdat de muziek zo luid stond. Maar hij had de muziek niet zo luid gezet. Ze riepen ook niet naar elkaar maar ze motiveerden elkaar enkel. Klager ontkende ook de uitspraken te hebben gedaan zoals weergegeven in het RAD. De directie achtte de feiten toch bewezen in hoofde van klager.
In het voorliggend dossier stelt de directie in de motivering van de tuchtbeslissing dat de feiten wel degelijk aan klager konden worden aangerekend. Vervolgens herhaalt de directie in de motivering de vaststellingen in het RAD. Wat de argumenten van de directie zijn om daaruit te besluiten dat klager op het moment van de feiten over voldoende oordeelsvermogen beschikte, is niet duidelijk. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd. Om deze reden is de klacht gegrond.