KC21/25-0014
Ongegrond
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
MUTATIE - VOORLOPIGE MAATREGEL - BEVEILIGDE CEL
De eerste klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis van Merksplas om te verhuizen van bed.
De tweede klacht gaat over de beslissing van 07/02/2025 van de directie van de gevangenis van Merksplas tot het opleggen van een voorlopige maatregel.
Over het wisselen van bed:
Een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie, cel of bed hij een gedetineerde plaatst. De beslissing dat klager moest wisselen van bed is dus niet onwettig. Uit het verweer van de directie blijkt dat deze beslissing werd genomen omdat een gedetineerde werd binnengebracht met een beenorthese, waardoor deze onmogelijk bovenaan in het stapelbed kon liggen. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing ook niet onredelijk of onbillijk is. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de voorlopige maatregel:
De klachtencommissie stelt aan de hand van het RAD en de motivering van de voorlopige maatregel vast dat klager eerst weigert van bed te wisselen, vervolgens weigert te verhuizen naar een andere cel en ten slotte zelf zegt dat hij “dan liever naar het cachot wilde gaan”. Aangezien klager zelf aangegeven heeft dat “hij liever naar het cachot wilde gaan” en aangezien de klachtencommissie vaststelt dat klager weigerde om van bed en van cel te wisselen, is de klachtencommissie van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Gelet op de feiten was de plaatsing van klager in de beveiligde cel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De eerste klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis van Merksplas om te verhuizen van bed.
De tweede klacht gaat over de beslissing van 07/02/2025 van de directie van de gevangenis van Merksplas tot het opleggen van een voorlopige maatregel.
Over het wisselen van bed:
Een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie, cel of bed hij een gedetineerde plaatst. De beslissing dat klager moest wisselen van bed is dus niet onwettig. Uit het verweer van de directie blijkt dat deze beslissing werd genomen omdat een gedetineerde werd binnengebracht met een beenorthese, waardoor deze onmogelijk bovenaan in het stapelbed kon liggen. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing ook niet onredelijk of onbillijk is. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de voorlopige maatregel:
De klachtencommissie stelt aan de hand van het RAD en de motivering van de voorlopige maatregel vast dat klager eerst weigert van bed te wisselen, vervolgens weigert te verhuizen naar een andere cel en ten slotte zelf zegt dat hij “dan liever naar het cachot wilde gaan”. Aangezien klager zelf aangegeven heeft dat “hij liever naar het cachot wilde gaan” en aangezien de klachtencommissie vaststelt dat klager weigerde om van bed en van cel te wisselen, is de klachtencommissie van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Gelet op de feiten was de plaatsing van klager in de beveiligde cel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.