Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0098

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Merksplas.

De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen.

Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende.

Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.

Aangezien dit echter niet als zodanig terugkwam in het RAD en dus ook niet in de motivering van de tuchtbeslissing, voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten niet aan artikel 144, §6 juncto artikel 8 van de Basiswet.

De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen. De klachtencommissie draagt de directie op om de verdere uitvoering van de tuchtbeslissing onmiddellijk stop te zetten.