Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0122

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 8 juli 2025. Hierin wordt beschreven hoe er een onenigheid ontstaat tussen klager en een medegedetineerde, waarop klager hem tot tweemaal toe een vuistslag geeft in het gezicht. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar het gegeven dat klager ter tuchtzitting helder communiceert over de feiten. Doordat klager kan vertellen wat er gebeurd is, waarom hij het deed en waarom hij ervoor koos de gekende regels te overtreden, meent de directie dat klager in staat is te reflecteren over zijn daden, waardoor de feiten hem toerekenbaar zijn. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dat klager nadien alles in een coherent verhaal kan gieten, zegt niet noodzakelijk iets over klager zijn geestestoestand op het moment van de feiten. De klachtencommissie meent overigens dat de conclusie die de directie uit het relaas van klager trok, ook niet strookt met hetgeen hij daadwerkelijk verklaarde. De directie stelt dat klager ervoor “koos” de gekende regels te overtreden. Klager verklaarde ter tuchtzitting “En dan ben ik doorgeslagen (…)”. De klachtencommissie wijst erop dat het gegeven dat klager weet dat een bepaalde gedraging een inbreuk uitmaakt, nog niet automatisch betekent dat hij zijn gedrag voldoende onder controle heeft om zich er ook van te onthouden. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De lopende tuchtsanctie dient onmiddellijk te worden stopgezet.